over FOTOBOEKEN

Een weblog van Ben Krewinkel waarop fotoboeken besproken worden. Nieuwe, maar vooral oude en niet altijd de meest makkelijk verkrijgbare.  
 

ENDURING SCREBRENICA (2012)



Photographs by Claudia Heinermann
Text by Jan Pronk
self published, 2012
160 pp, 17 x 17 cm
ISBN 9789081408905








Ondanks door de VN uit te zijn geroepen tot veilige enclave werd de Bosnische stad Screbrenica in juli 1995 onder de voet gelopen door de troepen van Ratko Mladic. De val van de enclave die door de Nederlandse Dutchbat beschermd diende te worden, leidde tot een massamoord op moslimmannen en jongens. ‘Can survivors and relatives hold UN peace keepers responsible in civil proceedings’, vraagt Jan Pronk, minister van ontwikkelingssamenwerking ten tijde van de oorlog, zich af in het voorwoord van Claudia Heinermanns Enduring Screbrenica.


Heinermann verkende het gebied van de voormalige enclave en interviewde verschillende bewoners, veelal nabestaanden van de omgekomenen.
 In Enduring Screbrenica staan de voortdurende worstelingen van slachtoffers alsmede de ervaringen van Nederlandse militairen centraal. Het boek dat weinig tekst bevat wordt begeleid door een gedetailleerd uitvouwbare landkaart van de enclave. Aan de achterzijde van de kaart worden het drama van Screbrenica en de nasleep ervan uitgebreid geduid. In een artist statement stelt Heinermann: ‘ When I discovered the dirt under my shoes, Screbrenica hit home. Most of the time war, violence and murder are worlds away, but now that it had followed me home, the story of Enduring Screbrenica had “found” me – I was rivited by how people carried on after such unspeakable horror. This is their stor
Naast de inleiding bevat Enduring Screbrenica slechts enkele tekstfragmenten bestaande uit interviews met de nabestaanden van het drama. Deze vormen een aangrijpend relaas van de gebeurtenissen in de enclave en de haast onmogelijke verwerking van het drama. Enduring Screbrenica laat zien dat het (zwart)boek van de enclave nog steeds niet kan worden gesloten. Heinermann gebruikt verschillende stijlmiddelen in de vormgeving en haar fotografie om dit te benadrukken. In een sequentie van zwaar gedrukte beelden ontrolt het verhaal zich als een filmrol waarin foto’s ruw worden doorbroken doordat ze over de afsnede doorlopen en continueren op de volgende pagina. Zo nu en dan worden de foto’s doorbroken door een witte strook, al dan niet voorzien van tekst. Door deze dwingende, doch effectieve vormgeving ontstaat een natuurlijk voortschrijdend verhaal dat een duidelijk begin, noch een afgebakend slot kent.
Heinermanns foto’s zijn gegroepeerd volgens verschillende thema’s. Met name de forensische foto’s roepen herinneringen op aan Gilles Peress’ Farewell to Bosnia, The Graves en het huiveringwekkende A Village Destroyed May 14, 1999. Door de opgegraven lichaamsdelen en bezittingen van de overledenen te fotograferen, wordt de identiteit van de overledenen meer en meer bekend. Net als Peress verzet Heinermann zich tegen de oorverdovende stilte rondom het drama zoals die ook door de nabestaanden wordt ervaren. Heinermann lijkt zich niet neer te willen berusten bij een door anderen opgelegde stilte rondom de dramatische gebeurtenissen.
Het dramatisch hoogtepunt van het boek wordt bereikt in enkele beelden van de herbegrafenis van talloze doden en het bezoek van de nabestaanden aan een fototentoonstelling met forensisch fotomateriaal gehouden. Ditmaal zijn geen buitenstaanders die vol ontzetting kijken naar de pijn van anderen kijken, maar juist de nabestaanden die staren naar hun eigen pijn.
Zelfs al zou het hoofdstuk Srebrenica mentaal kunnen worden gesloten, dan is dat fysiek, zo toont Heinermann, niet eens mogelijk. Nog steeds is de grond bezaaid met anti-personeelsmijnen die landbouw schier onmogelijk maken. Verder bestaat er nog steeds een groep vluchtelingen die hun leven onder erbarmelijke omstandigheden vluchtelingenkampen doorbrengen. Zelfs na zoveel jaren kunnen zij niet keren naar de huizen waarin zij voor de oorlog leefden.
Een spread uit het boek toont een bijeenkomst van vrouwenorganisatie ‘Snaga Zene’ (Woman Power). In een rehabilitatieprogramma worden weduwen middels een spel geacht een kaart te trekken die hun gevoel het treffendst weergeeft. Heinermann legt het accent op een kaart die een pastiche is van Dorothea Lange’s ‘Migrant Mother’. De vermeende ‘krachtige’ blik van de ‘migrant mother’ is bij Heinermanns subjecten ver te zoeken. Of zoals Mejra Dogaz vertelt: ‘I lost my husband and three children. It is dreadful to have to carry on living. The most difficult thing for me is that the murderers are still alive, have jobs and are left in peace. I see them walking free on the streets and it is unbearable.’ Voor een volledige rehabilitatie zal nog een lange weg te gaan zijn.

 
ON PHOTOBOOKS

Over fotoboeken wordt Engelstalig! Hiermee zullen de weblogs Concerned Photobooks en Overfotoboeken komen te verdwijnen.
Hoewel we nog bezig zijn de site te verbeteren is OnPhotobooks online.
We staan open voor suggesties, reviews. Verder is er de mogelijkheid zelf de artikelen, maar vooral ook de boeken te beoordelen.

 
SOHO (2012)

Photographs by Anders Petersen.
MACK, 2012.
124 pp., illustrated throughout, 6¾x10¼".
ISBN: 9781907946226
★★★

 



For his ongoing ‘City Diaries’ renowned Swedish photographer Anders Petersen embedded himself in Soho, London, documenting the streets, pubs, cafes and private homes of its residents.
The result is a stark, uncompromising and coarse series of high contrast black and white images. Record the gritty side of city life with his unflinching gaze, Petersen again found a way to let his personal emotions flow into the banality of the streets. To that end Petersen’s work can also be considered a self-portrait of the artist.

Ever since Café Lehmitz (1978), employing his camera in a both straight and simple way, highly intimate portraits have been a driving force throughout
his career. In Soho Petersen again strips people of all protective trapping, revealing their vulnarablity and individuality. But more than in his earlier work, he now also attempts to putt the portrayed people in the wider contextof the space they live in.

Anders Petersen is drawn to exploring the vitality and personality people and animals, especially dogs, to which he finds himself related. A kinship illustrated through his working method in which he seems to aproach his subjects like a roaming dog to create these images in a snapshot kind of way. Anders Petersen’s photographs always are first and foremost a reflection of the personal engagement with the world he encounters. Though it is always his open-minded and subjective, ‘animalistic’ approach of engaging the city and its inhabitants which lead to intimate portraits of the ordinary, marginalized (often even outcasted) people.



The nearly a month of work spent in Soho resulted in a very fine, beautifully printed and designed clothbound book. To those familiar with the work of Petersen Soho won’t be a shocking revelation, though it is one of the best volumes in his growing ‘City Diaries’ series.

This review will also appear in GUP Magazine

 
FEW LOVING VOICES / AMERICAN TESTIMONY (2012)

Peter Martens
€ 45.00
Peter Martens (1937–1992) liet een van de meest onverschrokken fotografische oeuvres van de afgelopen eeuw na.
Tot vlak voor zijn overlijden werkte hij aan de samenstelling van twee fotoboeken die het beste van zijn werk zouden laten zien.
Na 20 jaar is het indrukwekkende Few Loving Voices prachtig uitgegeven door "post editions". American Testimony verschijnt in september.

Zie ook de website van Van Gennep Rotterdam

 
SWISS PHOTOBOOKS, FROM 1927 TO THE PRESENT. A DIFFERENT HISTORY OF PHOTOGRAPHY (2011)

Tekst: Fotostiftung Schweiz, Peter Pfrunder (red.)
Taal: Duits, Engels, Frans
Hardcover | 640 pp |6,9x28x22 cm | 3402 gr
Uitgever: Lars Muller Publishers
ISBN13: 9783037782743
Prijs: €72,99
★★★★☆





 

Het is inmiddels een bekend verhaal en beproefd concept. Nadat Martin Parr en Gerry Badger hun tweedelige The Photobook. A History publiceerden, werd de fotoboeken markt inzichtelijk bij het grote publiek, met als neveneffect de enorme stijging van zowel de vraag naar en de prijs van fotoboeken. In het kielzog van The Photobook volgden een groot aantal publicaties over fotoboeken. Vooral de ondervertegenwoordiging van niet-Westerse fotoboeken in The Photobook legitimeerden de publicaties Japanese Photobooks of the 1960s and '70s en The Latin American Photobook. Daar bleef het niet bij. Terwijl de boeken van Badger en Parr toch de hele wereld omspanden, volgden boeken met een kleinere regionale focus. Niet Afrika was nu aan de beurt. Nee, de regio werd zelfs versmald. Zo verschenen onlangs nog Eyes on Paris: Paris in Photobooks From 1890 to the Present en Het Nederlandse fotoboek.

Al in 2011 verscheen Swiss Photobooks. From 1927 to the present. A Different History of Photography, dat ook een klein geografisch gebied
bestrijkt . Het boek zelf heeft echter een schrikbarende omvang. Met zijn ruim 600 pagina’s en meer dan drie kilo zware gewicht is dit verreweg het meest imposante fotoboek over fotoboeken dat tot nu toe verscheen. 
Volgens de 23 schrijvers was het tijd dat de rijke Zwitserse fotogeschiedenis, opnieuw beschreven zou worden. Samensteller Peter Pfrunder schrijft dat uit de boeken Fotografía Pública : Photography in Print 1919-1939 en Kiosk al bleek dat het fotoboek dat nu meer dan een eeuw een centrale rol speelt in de presentatie, verbreding en overlevering van het medium. Voor het opstellen van een ‘nieuwe’ geschiedenis van de Zwitserse fotografie was het volgens Pfrunder dan ook een logische stap deze te beschrijven aan de hand van het fotoboek. En dat levert de ‘nieuwe’ geschiedenis op, waar voor goede fotografen met geen of slechte boeken geen plaats is. De makers besloten zeventig titels te selecteren op basis van cultuurhistorische relevantie in de Zwitserse fotogeschiedenis.

Voor de selectie werd gebruik gemaakt van een uitgebreid arsenaal aan criteria, waaronder maatschappelijk- politieke betekenis, ontvangst, verspreiding, en invloed op de ontwikkeling van het medium. Dit alles zonder te pretenderen een volledig objectieve keuze te maken.

Aan de hand van chronologisch geordende hoofdstukken, allen voorzien van goede introductieteksten, passeren zeventig titels. Daarmee zou dit boek weinig verschillen van de vele al eerder verschenen boeken over fotoboeken, ware het niet dat de schrijvers veel meer ruimte kregen om de boeken te duiden. Daarnaast worden in veel gevallen naast de beschreven titels andere Zwitserse titels afgebeeld, die ongeveer gelijktijdig met het besproken boek verschenen en een gelijksoortig thema omvatten. In andere gevallen worden afbeeldingen geplaatst van andere boeken van de besproken fotograaf die bijvoorbeeld tot dezelfde serie behoren, of binnen een vergelijkbaar thema vallen.
Dat levert een rijk en volledig boek op met inmiddels bekende (b.v. Fabrik van Tuggener, Les Allemands van Burri of Goftare Nik van Shirana Shahbazi), maar ook veel onbekende boeken, die ruim aandacht krijgen. En dat is een verademing.

Het bekendste voorbeeld is ontegenzeggelijk Les Americains of The Americans van de Zwitserse fotograaf Robert Frank. Ter vergelijking met The Photobook. Aan The Americans worden tien pagina’s besteed, terwijl Badger en Parr er slechts één pagina ter beschikking stellen.
De ruimte die aan de boeken wordt gegeven en de context waarin deze worden geplaatst maakt Swiss Photobooks meer dan relevant en mag zeker als voorbeeld en inspiratie dienen voor de nog te verschijnen boeken over fotoboeken.


De vraag is welk boek volgt. Martin Parr werkt momenteel aan een boek over Chinese fotoboeken en The Photobook III (ondanks dat hij ooit bezworen heeft die niet zou komen). Als deze boeken van hetzelfde niveau zijn als Swiss Photobooks dan zijn ze welkom, al zal Parr eenzelfde opzet als de eerder verschenen delen gebruiken. Swiss Photobooks bewijst echter dat er ook leven na Parr is. Nu is het wachten op een boek over Afrikaanse fotoboeken of een boek met het een niet door regio begrensde thema ‘Protest’ (Parr deed hiervoor al een aanzet met zijn Protest Box, Steidl 2011). 


 
INTERROGATIONS (2012)

Fotografie: Donald Weber
Tekst: Larry Frolick, Donald Weber
Uitgever: Schilt Publishing
Softcover | 160 pp | 22x24,3x18,3 cm
Taal: Engels
ISBN: 9789053307595
Prijs: €30,99
 
 



De zes jaar die Donald Weber (Canada, 1973) in Rusland en Oekraïne doorbracht, vond zijn weerspiegeling in even ongemakkelijke als ingrijpende boek Interrogations. Het hoofdbestanddeel van het door Teun van der Heijden zeer fraai vormgegeven boek, bestaat uit portretten van verdachten tijdens het politieverhoor. Deze portretreeks, werd gelauwerd tijdens World Press Photo, maar is niet het enige dat het boek te bieden heeft.

De prijswinnende portretten in Interrogations staan niet geheel op zichzelf. Het boek bestaat uit drie delen. Een, uit foto's bestaand proloog, een middenstuk getiteld 'Interrogations' en een geschreven epiloog.

In het proloog
worden naast duistere landschappen en vrouwen, een aantal gevangenen, 'Zeks', opgevoerd. Deze vormen een verband met de personen uit het middendeel. Welke band precies blijft onduidelijk, maar de foto's uit het proloog bieden vooral een sfeer, die, hoe vaag ook, lijkt te dienen om de kijker richting te geven. Het proloog geeft wellicht een impressie van hetgeen Weber zag en hoorde in de zes jaar die hij in de regio doorbracht. De sfeer uit de proloog sluit naadloos aan bij de sfeer de tekst van Larry Frolick in het epiloog oproept. De gefotografeerde gedetineerden vormen in ieder geval het voorland voor een deel van de ondervraagde personen uit het centrale gedeelte van Interrogations.

In het boek zelf wordt echter niet expliciet vermeld dat het hier gevangenen betreft. Door het ontbreken van context, die zelfs in de epiloog grotendeels achterwege blijft,
waardoor de kijker nauwelijks te weten komt wat de specifieke inhoud is van de foto's. Hierdoor ontstaat in het boek een spanning, die gevoed wordt door de sfeer die Weber in het proloog oproept.

Critici zouden kunnen opperen dat Weber een subjectieve (westerse) blik op de 'Ander' heeft. Een 'westerse' blik op de voormalige Sovjet-Unie zoals we die kennen uit  werk van bijvoorbeeld Luc Delahaye.
Weber zal zelf de laatste zijn om dit te ontkennen. Zoals hij in zijn essay ‘Confessions of an Invisible Man’ verwoordt: “The photos in this book were (…) the inevitable product of a Western artistic sensibility confronting the mystery of the Other.” Weber stelt hierbij vragen over zijn eigen rol als fotograaf. Dat werkt zowel verfrissend als ontnuchterend.

Juist de vragen over subjectiviteit, waarheid en authenticiteit maken Interrogations zo bijzonder. Waar in het proloog wellicht een subjectief sfeerbeeld domineert, komt het consequent direct gefotografeerde
centrale deel aan als een mokerslag. Wat we daarin zien is echt, en dat voelt onaangenaam.

We aanschouwen verschillende verdachten tijdens het verhoor in Oekraïense verhoorkamers. Doordat Weber erg dicht op de huid van ondervraagden zit, worden hun emoties haarfijn en zonder opsmuk getoond. Het leidt tot een claustrofobische ervaring. De ondervragers zelf komen niet of nauwelijks in beeld. Een hand en een pistool die tegen het hoofd van een verdachte wordt gedrukt vormen het enige fysieke bewijs van hun aanwezigheid.
 

Naar eigen zeggen kostte het Weber jaren om het vertrouwen van de politiefunctionarissen te winnen. Na verloop van tijd werd zijn aanwezigheid niet meer opgemerkt en kon hij als ‘fly on the wall’ de foto’s van deze schrijnende taferelen maken, waarbij de fotograaf zich afzijdig houdt. Hoewel hij een ellendige situatie aanschouwt en toont, kiest hij geen partij. We zien verdachten die zich schamen, in huilen uitbarsten, angst en pure paniek. Weber legt de momenten waarin mensen onder fysieke en psychische drukt staan scherp en ondubbelzinnig vast. 

De serie roept de vraag op hoever je je als fotograaf ‘afzijdig’ kunt houden van dit soort situaties? Juist met deze beklemmende vraag lijkt Weber bezig te houden, en met Interrogations sleept hij de kijker mee in dit voyeurisme. Juist door te blijven fotograferen dwingt hij de lezer na te denken over wat deze ziet.

De foto’s die Weber in het post-Sovjet tijdperk maakte kan men zien als een nieuw hoofdstuk uit de inmiddels uitdijende hoeveelheid 'westerse' boeken over  het toenemende verval in de ex-Sovjetstaten, maar het boek gaat
vooral over een universeel probleem waarin de mens in de moderne staat is verworden tot de speelbal van macht. Deze onzichtbare object macht, die wereldwijd hetzelfde is en hetzelfde doet met hen die eraan onderworpen worden. In de ogen van Weber zijn dit zowel de politiemensen als de verdachten, een relativering van het dader-slachtoffer perspectief. 'No one in these photographs is innocent, for they have traveled beyond the realms of common experience. Their fate as subects of Power - as interrogators or as prisoners - gives them a special distinction they will carry to the grave.'

www.donaldweber.com

 
WEEKEND VAN HET FOTOBOEK 2012

Feest van het Fotoboek, fotograaf en vormgever
12.MEI.2012_13.MEI.2012
11:00 tot 17:00 uur
Jaarlijks organiseert het museum het Weekend van het Fotoboek met telkens nieuwe onderwerpen, invalshoeken én uitgebreide fotoboekenmarkt. Dit jaar staat de samenwerking tussen vormgever en fotograaf centraal. Deskundigen en experts delen hun kennis. Met o.a. WassinkLundgren, Tamara Berghmans, Kummer&Herrman, Cuny Janssen en meer.

weekend_fotoboek_mark_van_eten_.jpg

Dit jaar is het thema van het weekend Feest van het Fotoboek, fotograaf en vormgever. Aanleiding is de uitgave Het Nederlandse fotoboek en de tentoonstelling^ samengesteld door Rik Suermondt en Frits Gierstberg. In de tentoonstelling is een eerste selectie gemaakt van de in hun ogen belangrijkste Nederlandse fotoboeken. Het maakproces, de samenwerking tussen fotograaf en grafisch vormgever én de ontwikkeling van het fotoboek sinds 1945 staan centraal.

In het kader van bovengenoemde publicatie en tentoonstelling biedt het museum deze vierde editie van Weekend van het Fotoboek een uitgebreid programma van lezingen, interviews, discussies, meet & greets waarbij de samenwerking tussen vormgever en fotograaf centraal staat. Wederom heeft het museum grote namen bereid gevonden hun passie voor het maken van fotoboeken, uitgeven en verzamelen te delen. Het hele weekend strijkt een omvangrijke fotoboekenmarkt in het museum neer met vele bijzondere oude boeken en nieuwe vondsten.


Programma zaterdag 12 mei

11 – 17 uur boekenmarkt | Hal Las Palmas
Met o.a. Baardaboeken, ICM (Frido Troost), Photobooks, HetFotoAtelier, Focus Media Groep, Antiquariaat Raster, Post Editions, Fw:, Noorderlicht en Peter van Ophoven.

12.30 – 13.15 lezing: Het Nederlandse fotoboek
Tamara Berghmans, kunsthistoricus en curator FoMu Antwerpen zet het Nederlandse fotoboek in een bredere context. Wat maakt het Nederlandse fotoboek nu zo bijzonder en hoe verhoudt deze zich ten opzichte van buitenlandse fotoboeken?

13.15 – 13.45 interview: Kummer&Herrman en WassinkLundgren. In welke mate speelt de vormgever een rol in het werk van de fotograaf en andersom?
Arthur Herrman van vormgeversbureau Kummer&Herrman, bekend van o.a. Nederland – Uit voorraad leverbaar, Fragile, Poppy en Tokyo Tokyo, praten samen met Thijs Groot Wassink en Ruben Lundgren, van fotografenduo WassinkLundgren, over de samenwerking bij het fotoboek Tokyo Tokyo. Waar ligt de grens tussen beide disciplines bij de totstandkoming van een boek? En in welke mate speelt de vormgever een rol in het werk van de fotograaf en andersom? Interview door Marga Rotteveel, freelance fotocurator, docent aan de master- en bacheloropleiding AKV/St.joost en de KABK. 

13.45 – 14.15 pauze

14.15 – 15.45 Interview: Robert Knoth en Antoinette de Jong. Twintig jaar werk in één boek, hoe doe je dat?
Fotograaf Robert Knoth en journaliste Antoinette de Jong vertellen samen met Jeroen Kummer van Kummer&Herrman over het bijzondere project Poppy. Hoe is de beeldselectie voor het boek tot stand gekomen? Hoe heeft de enorme hoeveelheid tekstuele informatie vorm gekregen in het boek? Wat is de invloed van de vormgever hier op geweest?
Interview door Frits Gierstberg, Hoofd tentoonstellingen Nederlands Fotomuseum

15.45 – 16.15 Interview: Sybren Kuiper en Cuny Janssen: Hoe de samenwerking tussen fotograaf en vormgever tot nieuwe oplossingen leidt.
Grafisch vormgever Sybren Kuiper en fotograaf Cuny Janssen vertellen hoe een samenwerking steeds weer nieuwe oplossingen voortbrengt. Aan de hand van o.a. het boek Macedonië van Cuny Janssen vertellen zij over hun ervaringen.
Interview door: Flip Bool, Senior curator collecties & onderzoek Nederlands Fotomuseum, lector fotografie akv|st. joost, avans hogeschool

 16.30-17.30 Afsluitende borrel


Programma zondag 13 mei

11 – 17 uur boekenmarkt | Hal Las Palmas
Met o.a. Baardaboeken, ICM (Frido Troost), Photobooks, HetFotoAtelier, Focus Media Groep, Antiquariaat Raster, Post Editions, Fw:, Noorderlicht en Peter van Ophoven.

13.00-13.45 uur Presentatie: ‘Over fotoboeken’ door Rens Horn
Fotograaf Rens Horn bespreekt fotoboeken door de jaren heen. Wat maakt een fotoboek tot een goed boek? Zijn presentatie begint met het soort fotoboeken waarop de verschillende albumprinters hun software gebaseerd hebben en leidt tot de meest extreme gevallen waarin de samenwerking tussen fotograaf en vormgever meesterwerken in de fotografie heeft opgeleverd. De presentatie is een mooie introductie op de tentoonstelling Feest van het Fotoboek, die je hierna met andere ogen bekijkt.

14.00 – 15.00 uur Meet &Greet: Robert Knoth & Antoinette de Jong
Robert Knoth en Antoinette de Jong zijn vanaf 14 uur aanwezig in hun tentoonstelling Poppy. Zij geven een introductie op hun project, vertellen over de totstandkoming ervan en er is gelegenheid tot het stellen van vragen en laten signeren van hun nieuwe boek.


Kaarten
- Zaterdag € 25 (incl. entree) en € 17,50 voor studenten, museumkaarthouders, jaarkaarthouders Fotomuseum
- Zondag € 10 (incl. entree) en € 5 voor studenten, museumkaarthouders, jaarkaarthouders Fotomuseum
- Weekendkaart 2 dagen: € 30 (incl. entree) en € 20 voor studenten, museumkaarthouders, jaarkaarthouders Fotomuseum
- Fotoboekenmarkt: gratis toegankelijk

Kaarten zijn te koop bij de museumbalie of via de webwinkel van het Nederlands Fotomuseum. Uw betalingsbewijs is tevens uw toegangsbewijs, neem deze dus mee naar het museum.

Bron: website Nederlands Fotomuseum

 
HET NEDERLANDSE FOTOBOEK (2012)

Vooralsnog is een discussie rond de publicatie Het Nederlands Fotoboek, zoals ten tijde van de Dutch Eyes (2007) uitgebleven. Op photoq is weliswaar een aanzet gedaan, maar deze leverde, zoals Mirelle Thijsen stelt, tot nu toe weinig op. Enkele personen hebben, zonder overigens de samenstellers van Het Nederlandse fotoboek te bekritiseren, hun voorkeuren aangegeven.
Han Schoonhoven schreef een recensie over zowel de tentoonstelling als het boek. De meest kritische stukken over het boek zijn echter van de hand van Mirelle Thijsen en Fred Schmidt van uitgeverij De Verbeelding. In beide stukken wordt relevante kritiek geuit, al hoeven niet eens goed te lezen om in te zien dat hier ook enige sprake lijkt van persoonlijke irritaties/frustraties.

'Gemiste Kansen'
, door Fred Schmidt

 
HERDRUK HOW TERRY LIKES HIS COFFEE

Het boek How Terry Likes His Coffee van Florian van Roekel beleeft een herdruk.










De nieuwe uitgave is hier verkrijgbaar.

 
A POSSIBLE LIFE. (2012)

Fotografie: Ben Krewinkel
Tekst: Ben Krewinkel / Gualbert
Vormgeving: Annette Kouwenhoven
Softcover | 88 pp | 17 x 25 cm
Taal: Engels/Frans
ISBN: 9789081840200
Prijs: € 23.50







A Possible Life. is a documented account of an undocumented resident of The Netherlands, a 49-year-old man known by the pseudonym Gualbert. Compiling an assortment of legal documents, postcards, transcripts of interviews, old family photographs, and contemporary photographs taken by author Ben Krewinkel, the work gives a sense of the life of an illegal alien, as well as a sort of biography of Gualbert specifically, though the documentation and photographs are anonymised.
Bound in an A4 packet of papers which are sealed and must be opened, the medium promotes the feeling of both an official document, as well as a secret which must be kept, and to which we’ve been made privy. The strength of the work comes in this duality: it contains in many ways the complete life and history of Gualbert, and yet, he is unknowable. In the transcripts, he speaks of his life back in Niger, a family of three children and a wife he’s left behind, as well as his conflicting desires to return to them and to be successful in his life in The Netherlands, where he has lived since 2001. It’s a moving story of struggle, and an insightful collaboration into a lifestyle rarely seen outside of shadows.
A Possible Life. is available for sale through the book’s web site.

Reviewed by Katherine Oktober Matthews for GUP Magazine.



 
PHILIPPEN & ZN (2010)

Fotografie: Sander Phillippen, Rafaël Philippen
Tekst: Ruud Visschedijk, Hripsimé Visser, Frans Budé
Vormgeving: studio Lonne Wennekendonk
Hardcover | 146 pp | 17 x 25 cm
Taal: Nederlands/Engels/Frans/Duits
ISBN: 9789460830235
Prijs: € 19.90

★ 



Een boek met foto’s van een vader en zoon, grotendeels gemaakt in Luik, Maastricht en Rotterdam, steden verbonden door de rivier de Maas. Zoek echter geen metafoor voor het leven, de rivier als levensader, niets van dat. Philippen & zn, een gezamenlijk project van Rafael Philippen en zijn vader Sander, werd een zoektocht naar oorsprong en inspiratie. De
samenwerking resulteerde in een fotoboek met zwart-wit foto’s van Sander en kleurenfoto’s van Rafael. De fotografen springen van het ene naar het andere onderwerp. Zonder dat het storend is, blijkt de samenhang tussen deze onderwerpen ver te zoeken. Van het gevaar van een verwarrend een nietszeggend boek dat daarbij op de loer ligt, is evenwel geen sprake. Het zijn alleen niet zozeer de fotografen die ‘spreken’, maar juist de beelden zelf die een specifiek gevoel oproepen.

In Philippen & zn worden alledaagse situaties op een lichte, maar melancholieke wijze vastgelegd. Het onverzadigde kleurenwerk van Rafael Philippen oogt iets frisser, jeugdiger en vooral vluchtiger dan de contrastrijke en zwaardere landschaps- en architectuurfoto’s, die sterker plaatsgebonden lijken, van zijn vader. Ogenschijnlijk richt Rafael zich meer op

mensen dan zijn vader, met name op het vrouwelijk schoon. Bovenal ligt de nadruk op de schoonheid van het alledaagse.

De series van vader en zoon worden niet zozeer naast of tegenover elkaar gesteld, maar vormen een symbiose waarvan het haast onmogelijk te zeggen is hoe het tot die symbiose is gekomen. Ook is er nauwelijks sprake van een duidelijk verhaal, dramatische sequenties, stellingname door beider fotografen of zelfs maar een concept. Een enkele keer wordt een foto vergezeld door een fraai gedicht van Frans Budé. Hooguit is er een overheersend gevoel van melancholie of weemoed zonder dat het boek echter bol staat van zwaarmoedige

connotaties.



 
GRIMACES OF THE WEARY VILLAGE (2011)

9780955739460Foto's: Rimaldas Viksraitas
Tekst: Rimaldas Viksraitas , Martin Parr
Redactie: Martin Parr
Uitgever: White Space Gallery
80 pagina's
20.9x9x29.7 cm
ISBN: 9780955739460
Prijs: 42,99

Na te zijn 'ontdekt' door Martin Parr werd de Litouwse fotograaf Rimaldas Viksraitis in 2009 op het fotofestival in Arles beloond met de Discovery Award for New Photography. Dit jaar werd, ter gelegenheid van zijn eerste solotentoonstelling in Groot-Brittannië, een selectie uit zijn werk gebundeld in de mooie catalogus Grimaces of the Weary Village.
De cover lijkt op een doos fotopapier en de foto's in het boek zijn afgedrukt als vintage print. Dat moet de lezer het gevoel geven een haast fysieke schat aan prints voor het eerst in handen te hebben. Dat Viksraitis in Litouwen een lange staat van dienst heeft doet hier weinig aan af.
Buiten de mooie vormgeving hebben de foto's inhoudelijk ook veel te bieden. De lezer maakt een reis door het Litouwse platteland die steeds vreemder van karakter wordt. Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie zakte hier de Litouwse landbouwsector ineen. Jongeren keerden massaal het platteland de rug toe en al wat restte waren spooksteden bevolkt door de verworpenen der aarde. In deze spooksteden fotografeerde Viksraitis plattelanders, vaak onder invloed van alcohol, en veelal omringt door dieren. De doorleefde huizen zijn net stallen waarin mens en dier een symbiose vormt. Meestal in harmonie, maar soms in een ruw contrast. Enerzijds worden de dieren genadeloos over de kling gejaagd, anderzijds nemen geiten, kippen en ganzen deel aan het gezinsleven.
Van enige gene met betrekking tot de armoede of de alcoholproblemen en het daaraan gekoppelde rariteitenkabinet lijkt geen sprake. De bewoners figureren in beschonken toestand, vaak naakt of in een obscene houding zonder zich te storen aan de aanwezige fotograaf.
Niet zelden worden Viksraitis foto's vergeleken met Richard Billingham's Ray's a Laugh (2000) of Boris Mikhailov's Case History (1999). Maar anders Billingham fotografeerde Viksraitis niet zijn directe familieleden. Viksraitis bezocht de desolate streek uit zijn jeugd en werd door de bewoners in hun woningen en leven toegelaten. Met een camera vastgebonden aan zijn fiets trok hij langs verschillende woningen en legde de bewoners vast. Daarin lijkt zijn werkwijze eerder op die van de in Zuid-Afrika werkende Roger Ballen ten tijde van diens publicaties Dorps (1986) en Platteland (1994). Viksraitis blijft dus een buitenstaander en anders dan Boris Mikhailov vereenzelvigd Vikskraitis zich minder met deze mensen, ook al zijn in het boek verschillende zelfportretten opgenomen.
Vikskraitis biedt een beeld van een verdwijnende disfunctionele samenleving die gebukt gaat onder alcoholmisbruik en verpaupering. In zijn foto's staat tegenover hilariteit de desintegratie van een samenleving en een volharding in overlevingskracht. De tegenstelling tussen humor en gruwel is een terugkerend thema bij veel fotografen die met vergelijkbare onderwerpen werken als Viksraitis. Naast de eerder genoemde Richard Billingham, Boris Boris Mikhailov is ook de een vergelijking met Roger Ballen, bij wie dieren eveneens een bijzondere functie vervullen, te maken.
In zijn het voorwoord schrijft Parr: 'The resulting images, published here, are slightly insane and wonderfully surreal. They are quite compelling, and, if I spoke Lithuanian, I would love to join in the party. However, as this will never happen, Viksraitis provides us with a ring-side seat, with all the emotion, the drink and the ensuing madness.' Maar zoals de discussie vaak gaat over fotografie met gelijksoortige onderwerpen, blijft het, zoals Parr terecht beschrijft, kijken vanaf een veilige afstand.
Grimaces-of-the-Weary-Vil-004

 
FROM HERE TO THERE, ALEC SOTH’S AMERICA (2010)

FromHeretoThere_0Foto's: Alec Soth
Tekst: Alec Soth, Geoff Dyer
Uitgever: Walker Art Centre
288 pagina's
20 x 26 cm
ISBN: 9780935640960
Prijs: 48,99



Alec Soth (1969) is een druk bezet man. Hij fotografeert, houdt een weblog bij, en produceert boeken voor zichzelf en anderen. Zijn uitgeverij Little Brown Mushroom gaf naast zijn eigen boeken ook onder andere werk uit van Magnum-collega Trent Parke. Boeken die vaak vlak na verschijnen collector items bleken.
Dit jaar verscheen From here to there: Alec Soth's America, een catalogus die werd uitgegeven bij de overzichtstentoonstelling van Alec Soth die gehouden werd in het Walker Art Centre. From here to there is een overzichtswerk dat je, indien liefhebber van Soth, niet mag laten liggen. Want, waar catalogi, ondanks goede fotografie, vaak niet verder dan een duffe opsomming van het werk van een fotograaf, waarbij de teksten vaak het interessants zijn, is hier iets anders aan de hand. De eerste aanblik van het boek doet al vermoeden dat dit geen visieloos overzichtswerk betreft. De knalgele kaft die zowel dienst doet als visitekaart van Soth en enthousiasmerende inhoudsopgave (met teksten als 'Learn how to repel women' en 'Finding love on the internet'). Maar in alle ernst, in dit zeldzame geval is er een prachtige balans gevonden tussen beeld en tekst, waarin essays, interviews en gedichten losjes zijn vermengd door de foto-essays.
Zo zijn onder meer essays opgenomen van curator Siri Engberg, curator and kunsthistoricus Britt Salvesen en criticus Barry Schwabsky waarin het werk van Soth wordt geduid. Ook schrijver Geoff Dyer, onder meer bekend van het briljante The ongoing moment, levert met zijn stuk 'Riverrun' een bespiegeling op Soth's bekendste boek Sleeping by the Mississippi (2004). Tot slot schreef August Kleinzahler als bijdrage het gedicht "Sleeping It Off in Rapid City".
Soth kan zelf ook schrijven. In zijn vaak grappige stukjes, afkomstig van zijn blog, behandelt Soth onderwerpen als titels van fotoboeken, waarin voornamelijk titels met daarin het woord 'American' het moeten ontgelden. Andere stukken gaan over zijn toetreding tot het Magnum-agentschap of de wijze waarop zijn naam dient te worden uitgesproken, namelijk klinkend als 'both'. De stukken van Soth zijn op rode bladzijden afgedrukt en zorgen voor de nodige onderbrekingen in het boek.
From here to there
bevat meer dan tweehonderd foto's gemaakt in de periode 1994-2010. Door zijn constante reislust en werkwijze wordt Soth vaak in de traditie van Robert Frank, William Eggleston en Stephen Shore geplaatst. Veelal zijn zijn foto's gemaakt met een groot formaat camera. Het werk van Soth bestaat vooral uit prachtige verstilde portretten, stills en landschappen, waarin aandacht gevraagd wordt voor de schoonheid van het banale.
In From here to there zijn verschillende foto-essays gegroepeerd waaronder fotoxe2x80x99s uit zijn bekendste werk Sleeping by the Mississippi en Niagara. Daarnaast is ook minder bekend werk van Soth opgenomen zoals de zwart-wit portretten uit het begin van zijn relatief jonge carriere, of zijn recente Broken Manual dat handelt over individuen die de beschaafde wereld de rug toekeerden en zich teruggetrokken hebben op afgelegen en moeilijk bereikbare plekken. Tenslotte is in From here to there het artiestenboekje The loniest man in Missouri waarbij Soth, zoals de titel al aangeeft, op zoek gaat naar een eenzame man. Het boekje bereikt een al even verrassende als ontroerende climax.
Wat From here to there aantoont is dat Magnum tussen 2004 en 2006 met Alec Soth een van de meest interessante jonge fotografen in stal heeft gehaald.
1280252490image_web
xc2xa9 Alec Soth
http://alecsoth.com
http://littlebrownmushroom.com/

 
ERNEST COLE PHOTOGRAPHER (2010)

Ernestcole
Fotografie: Ernest Cole
Tekst: Ernest Cole, Struan Robertson, Ivor Powell en Gunila Knape
Hardcover | 272 pagina's | 27 x 29 cm
Uitgever: Steidl & Partners
ISBN: 978-3-86930-137-2






In 1967 verscheen House of Bondage (Random House) van Ernest Cole, een krachtige aanklacht tegen Apartheid. Lange tijd waren het boek en fotograaf omgeven door raadsels tot de onlangs verschenen publicatie van The Photographer (Hasselblad Foundation/Steidl, 2010). Dit boek vertelt een treurige geschiedenis van een bewogen fotograaf die in ballingschap een meesterwerk uitbracht.
Autodidact Ernest Cole (1940-1990) startte in 1958, als een van de eerste zwarte fotojournalisten, een carrixc3xa8re bij het vermaarde magazine Drum. Hier werkte hij als freelance fotograaf en begon te werken aan een foto-essay over het leven van de zwarte bevolking onder Apartheid. Vanwege zijn achtergrond kon hij beter de situatie van de zwarte bevolking over het voetlicht brengen dan veel blanke fotografen. Om als zwarte 'vrij' te kunnen fotograferen, hield hij de autoriteiten voor dat hij een kleurling, in plaats van een 'native', was en beweerde de criminaliteit onder de zwarte bevolking te willen vastleggen. Zondoende kreeg hij toestemming en kon hij heimelijk de schadelijke gevolgen van Apartheid op de zwarte bevolking overbrengen. Zijn foto's gingen echter niet zozeer over de gruwelijke politieke oppressie, maar eerder over de gevolgen ervan op het dagelijkse leven.
Geinspireerd door Henri Cartier-Bresson's boeken The Decisive Moment (1952) en People of Moscow (1955) besloot hij te fotograferen met de publicatie van een boek in gedachte. Cole was zich ervan bewust dat de overheid een boek over dit onderwerp niet zou toestaan en koos in 1966 voor ballingschap. Hij smokkelde de gemaakte foto's de grens over en kreeg House of Bondage uiteindelijk in Canada gepubliceerd. Zoals verwacht volgde in Zuid-Afrika direct een verbod met als gevolg dat het in zijn moederland lange tijd grotendeels onbekend bleef. Inmiddels is echter algemeen aanvaard dat House of Bondage een klassieke aanklacht is met sterke, onvergetelijke sequenties. Na Cole's vertrek uit Zuid-Afrika verschenen nauwelijks noemenswaardige foto's van zijn hand, waardoor hij snel in vergetelheid raakte. Na uitgebreid onderzoek door The Hasselblad Foundation, verscheen in 2010 bij Steidl het boek Ernest Cole Photographer.
Voor dit project was het onderzoek naar het vrijwel onbekende leven van de fotograaf van groot belang. Ernest Cole Photographer geeft eindelijk inzicht in het werk en leven van Cole. Naast prachtige prints, bevat het boek zeer uitgebreide en informatieve essays over de fotograaf. Desondanks blijven nog steeds veel vragen onbeantwoord.
Het Hasselblad Centre kreeg via omwegen beschikking over prints die Cole maakte in Zuid-Afrika maar het werk dat Cole in ballingschap produceerde blijft nog steeds grotendeels onbekend. De negatieven van Cole, gefotografeerd in Zuid-Afrika en daarbuiten, zijn vergaan of op zijn minst zoek, wellicht ooit geveild. Dat voedt de hoop dat we ooit nog nog een completer beeld kunnen vormen van Cole. De vraag is echter of deze hoop niet ijdel is, en of we ons niet moeten troosten met het huidige beeld dat we nu van Cole hebben. Ernest Cole Photographer leert immers dat zijn werk van hoge kwaliteit is, maar dat de fotograaf tijdens zijn ballingschap in een creatieve impasse raakte. Dat komt onder andere naar voren in een tekst waarin Cole door vriend Struan Robertson omschreven wordt als 'A restless soul in a restless body'.
Reeds in Zuid-Afrika leed Cole onder de inhumane onderdrukking, maar het was juist de ballingschap waardoor hij ontwortelt en, zeker in de racistische Verenigde Staten, gedesillusioneerd raakte. In Zuid-Afrika had hij zich volledig kunnen overgeven aan zijn roeping om de gruwelen van Apartheid vast te leggen. Buiten Zuid-Afrika verloor hij zijn voornaamste inspiratiebron. Hoewel Cole in de Verenigde Staten een beurs ontving om de zwarte bevolking van de zuidelijke staten te fotograferen, leidde dat niet vanzelfsprekend tot een verheven reportage waarmee hij internationaal zou doorbreken. De serie over de zwarte bevolking van de Verenigde Staten is tot op heden spoorloos. De creatieve impasse en ontworteling culmineerde midden jaren zeventig tot een armoedig bestaan, dakloos, lijdend aan heimwee dat zou voortduren tot zijn dood in 1990.
Ernest Cole Photographer vertelt een troosteloos verhaal over een worstelende ziel, maar vooral ook een begenadigde fotograaf die prachtig werk heeft nagelaten. Een deel van dit werk is op mooie wijze gereproduceerd, maar toch wringt er iets aan deze pubicatie. Cole maakte House of Bondage als pure aanklacht op systeem in Zuid-Afrika. De vormgeving en presentatie van foto's stond, soms ongelukkigerwijs, in dienst van deze aanklacht. Ernest Cole Photographer beoogt echter enige afstand te nemen van het strijdlustige karakter om de foto's op kwaliteit te beoordelen en in historisch perspectief te plaatsen. Nogmaals, er is bewust gekozen om geen tweede versie van House of Bondage te maken. Toch is dat jammer. Anno 2011 zou het weliswaar een enigszins een vorm van parachronisme hebben opgeleverd, maar Cole maakte de foto's nu eenmaal vanuit zijn activisme.
Hoewel de toevoeging van foto's waarop bijvoorbeeld zeer warme, en dus verboden, contacten tussen blanken en zwarten te zien zijn, een verrijking zijn, blijft juist de afwezigheid van de verloren foto's pijnlijk duidelijk. Het plaatsen van veel bekende foto's, weliswaar beter en ruimer gedrukt, in een nieuwe context blijft altijd een hachelijke onderneming dat een mooi boek oplevert, maar de overredingskracht van House of Bondage ontbeert.
De teksten en het grondige speurwerk van de bij deze publicatie betrokken personen maakt echter alles goed, temeer omdat exemplaren van Cole's enige boeken (sinds Martin Parr's The Photobook) vrij prijzig zijn. Het beoogde doel om een nieuwe generatie bekend te maken met Ernest Cole en hem ook nog eens definitief te plaatsen in de canon van de Zuid-Afrikaanse fotografie is alsnog geslaagd.

 
PHOTOGRAPHS (2010) / DORPS (2011)

Roger Ballen
 
Photographs Photographs 1969-2009 (2010)

teksten: Ulrich Pohlmann
gebonden 30 x 23 cm
144 paginaxe2x80x99s
uitgever: Kerber Verlag
ISBN: 9783866784628
 
Dorps-COVER Dorps (2011)

gebonden 29 x 25 cm
160 paginaxe2x80x99s
uitgever: Protea Boekhuis
ISBN: 9781869193942

Het zijn de door inteelt getekende koppen zoals die van Dresie en Casie waarmee de Amerikaan Roger Ballen (1950) in de jaren negentig wereldroem vergaarde. De tweeling vormt een van de centrale foto's in Ballen's publicatie Platteland, Images from Rural South Africa (1994) dat bol stond van foto's met arme blanken, niet zelden mentaal beperkt, die zich in de marge van de samenleving bevonden.
De portretten werden gepubliceerd tijdens de zwanenzang van Apartheid. In Zuid-Afrika werden de foto's afgeserveerd als grotesk en racistisch. Ballen werd van verraad beschuldigd en werd met de dood bedreigd. Buiten Zuid-Afrika steeg zijn roem echter exponentieel. Platteland bleek voor Ballen de springplank naar internationaal succes, maar vormde tevens een kentering in zijn al even grillige als afwisselende oeuvre. Onlangs verschenen twee interessante titels, Dorps en Roger Ballen, Photographs 1969-2010, met oud en nieuw werk van Ballen.
Ballens oeuvre laat zich moeizaam omschrijven. Dat komt mede doordat de context waarin zijn werk steeds weer wordt gepresenteerd steeds veranderd. Voor een deel is Ballen hier zelf debet aan. De beroemde foto's uit Platteland keren steevast terug in andere publicaties, zoals Outland (2001) en Shadow Chamber (2005) waarin de foto's de specifiek Zuid-Afrikaanse context verliezen en in een breder psychologische geheel worden gepresenteerd.
Een zwaktebod? Niet perse! Vooral Outland is een sterk, op zichzelf staand boek, dat nogal eens onterecht als derde deel in een trilogie wordt geplaatst. Nee, Outland bevatte nieuwe fotoxe2x80x99s alsmede foto's uit Platteland en het eerder verschenen Dorps, Small Towns of South Africa (1986).
Onlangs verscheen bij de Zuid-Afrikaanse uitgeverij Protea Broekhuis een uitgebreide heruitgave van dit boek. Het is een verstandige keuze van de uitgever, want Ballens werk is nog steeds populair en Dorps en Platteland zijn twee moeilijk verkrijgbare titels.
Dorps is vormgegeven zoals Platteland en kan gezien worden als een voorbode van Ballens meesterwerk. Waar Platteland echter slechts uit portretten bestaat, daar bevat Dorps meer foto's van interieurs en architectuur. Zo nu en dan portretteerde Ballen de bewoners van deze woningen, een werkwijze die hij voor Platteland geheel zou toepassen.
Het idee voor Dorps ontstond toen Ballen voor een mijnbouwbedrijf talloze kleine Zuid-Afrikaanse dorpjes bezocht. Hij kwam erachter dat de klassieke bouwstijl van deze dorpjes plaats maakte voor modernere gebouwen en ter herinnering diende te worden vastgelegd. De foto's van voorgevels, artefacten, oude huisjes en de bewoners doen een grote invloed van Walker Evans vermoeden. De stijlkenmerken waarmee Ballen later zo beroemd zou worden zijn in Dorps voor het eerst aanwezig. Vooral de portretten van de bewoners zijn overduidelijk een soort van voorstudies van zijn werk in Platteland en Outland. Ook in Dorps worden, hoofdzakelijk, maar beslist niet alleen blanke mensen op confronterende wijze geportretteerd. Het gebruik daarbij van flitslicht herinnert aan de werkwijze van Diane Arbus.
Opvallend is dat Dorps nauwelijks kritiek opriep, zoals Platteland dat wel deed. Wellicht omdat Ballen voor Platteland zijn onderwerp expliciet koppelde aan het verschijnsel van armoede onder blanken, een complex historisch thema waarop in Zuid-Afrika lange tijd een taboe heerste. Verder worden de geportretteerden in Dorps eenvoudigweg gekoppeld aan hun woningen en kleine afgelegen dorpen, terwijl Ballen voor Platteland nog verder de marges van het Zuid-Afrikaanse bestaan zocht en de nadruk op personen legde die in de ogen van criticasters als etnische groep van primitieven werden gepresenteerd.
Anno 2011 zal de heruitgave van Dorps nauwelijks stof doen opwaaien.  Eigenlijk betreft het een exacte kopie van de oorspronkelijke uitgave, aangevuld met enkele fraaie extra platen die echter weinig aan het boek toevoegen. Ze lijken wat inspiratieloos gegroepeerd aan het begin van het boek geplaatst, wat doet vermoeden dat er weinig is nagedacht over het nut van een goede beeldselectie.
  Een miniem verschil met de eerste druk is overigens dat de lofuiting door schrijver Andrxc3xa9  Brink op de achterkaft van de oorspronkelijk uitgave, plaats heeft gemaakt voor een commentaar van Ballen zelf, waardoor hij het boek duidelijk plaatst in zijn oeuvre. Dat is jammer want Brink schreef destijds: 'Above all, his view is compassionate. In stripping bare whatever or whoever his camera focuses upon, he knows how to expose 'what is mortal and unsure'. Unflinching, his camera's eye stares at unrelenting reality; at the same time it reveals essences of experience and of being in the world.'
Juist het woord 'compassionate' vormt de basis voor de aanhoudende discussie tussen voor- en tegenstanders van het werk van Ballen, een discussie die vooral na Dorps werd gevoerd. Met terugwerkende kracht stelt Ballen dan ook dat Dorps een cruciaal boek is, dat door de uitgave van Platteland aan betekenis won.

Platteland bleek een kentering in Ballens werkwijze. Dat blijkt duidelijk uit het onlangs verschenen retrospectief Roger Ballen Photographs 1969-2010. Hoewel deze publicatie leidt aan de kwalen waaraan retrospectieven vaak leiden, namelijk de afwezigheid van een thema, geeft het een prachtig inzicht in Ballens ontwikkeling als fotograaf. Voor het eerst worden zijn zeer vroege fotoxe2x80x99s getoond, waarin duidelijk de invloed van het Magnum collectief doorschemert. Dat is niet vreemd. Ballens moeder was werkzaam bij het agentschap en zodoende kwam haar zoon op jonge leeftijd in aanraking met gexc3xabngageerde fotografie. Foto's uit zijn eerste boek Boyhood (1979) laten zien dat hij pas met Dorps een eigen stijl ontwikkelde.
Na het nog 'documentaire' Platteland ontstaat er een spanning tussen feit en fictie in zijn werk. Deze spanning is echter niet altijd even intens aanwezig geweest, hoezeer Ballen ons dit ook wil doen geloven. Na Platteland heeft hij overduidelijk de overstap gemaakt van 'documentaire' naar 'autonome' fotografie. Zo wordt in dit retrospectief bijvoorbeeld genoemd dat Ballen nooit politieke statements maakte over Apartheid, zoals bijvoorbeeld David Goldblatt dat deed. Maar niets is minder waar, de tekst van Platteland plaatst zijn portretten expliciet in de door Apartheid doordrenkte Zuid-Afrikaanse geschiedenis.  Hoewel hij, in tegenstelling tot vele Zuid-Afrikaanse fotografen, niet op de barricades stond was de combinatie van tekst en beeld wel degelijk expliciet.
Vanaf Outland maakt Ballen abstracter werk dat, weliswaar nog steeds in Zuid-Afrika is gemaakt, maar dat er niet meer specifiek betrekking heeft op dit geografische en historische gebied. Ballen zegt zich meer te richten op de algemene psychologische identiteit van de mensheid. Het werk wordt daarmee meer gexc3xabnsceneerd, zonder dat de fotograaf zich hier heel erg veel voorbereidingen voor trof. De surrealistische series die de basis vormden voor publicaties als Shadow Chamber (2005) en Boarding House (2009) werd gepubliceerd wordt zoniet nog abstracter en de mens bevindt zich in deze foto's letterlijk in de marge van het beeld. Het interieur waarin personen, figuren en objecten zijn opgesteld, komt wederom centraal te staan en fungeert als metafoor van de menselijke geest. De grote vraag is of het hier de geest van Ballen of toch die van de door hem geportretteerden betreft. Hieruit volgt wederom de vraag of Ballen zijn onderwerp gebruikt voor eigen glorie. Exploiterend of betrokken, kunst of kitsch, het zijn termen aan Ballens werk blijven worden gekoppeld. Mooi of niet, boeiend is het in sowieso.

Lees ook het interview met Roger Ballen.
DORPS-Old-man-Ottoshoop

 
TJ/DOUBLE NEGATIVE (2010)

David Goldblatt
teksten: Ivan Vladislavic
gebonden, 27,9 x 28,6 cm, 524 paginaxe2x80x99s
uitgever: Contrasto
ISBN: 978-8869652189
Tj_doublenegative_-l
Dat na zestig jaar fotograferen de inmiddels tachtigjarige fotograaf
David Goldblatt (Zuid-Afrika, 1930) nog steeds relevant werk produceert, is op zijn zachts gezegd bijzonder. Onlangs verscheen bij de Italiaanse uitgeverij Contrasto de lijvige dubbelpublicatie TJ/Double Negative, een boek met fotoxe2x80x99s gemaakt in Johannesburg in de periode 1948-2010.
Naast veel bekend werk bevat TJ, een van de vele namen van de stad Johannesburg, veel niet eerder verschenen oud en nieuw werk. Daardoor hebben we hier niet te maken met de zoveelste monografie (de interessantste is David Goldblatt Fifty-One Years (2001), de mooiste, het door Martin Parr samengestelde en eveneens bij Contrasto verschenen Photographs (2006)), maar met een publicatie met bestaansrecht.
 Ook al heeft TJ een duidelijk thema, de vraag blijft of het echt een goed fotoboek is. Zelfs met Johannesburg als centraal thema ontbreekt, zowel inhoudelijk als visueel, een sterke samenhang. Dat komt omdat het boek is samengesteld uit fotoxe2x80x99s die oorspronkelijk niet bedoeld waren als serie gepresenteerd te worden. De vorm van fotoxe2x80x99s gemaakt in 1948 is nu eenmaal totaal verschillend van de fotoxe2x80x99s die Goldblatt in 2010 maakte.
In TJ passeert het gehele oeuvre van de fotograaf de revue en krijgt de lezer een compleet beeld van zijn werk, alsmede van de stad Johannesburg.
Opvallend is echter om te zien hoe Goldblatt zijn fotografische stijl aan veranderingen onderhevig is en dat hij, zelfs op hoge leeftijd, in staat bleek toch weer interessant werk aan zijn immense oeuvre toe te voegen.
Voor adepten van Goldblatt is dit boek daarom verplichtte kost. Het bevat prachtige variaties op bekende fotoxe2x80x99s, afgekeurd werk uit de serie On the Mines, maar ook prachtige series die nooit eerder in boekvorm verschenen, waaronder prachtige portretten gemaakt in Soweto of de wijk Hillbrow. Ook de serie over de Indiase gemeenschap in de stad is erg sterk. De invloed van Goldblatt op een nieuwe generatie Zuid-Afrikaanse fotografen is zichtbaar. Zo doen de in Soweto gemaakte fotoxe2x80x99s van mensen op hun bed sterk denken aan het veel recentere werk van Zwelethu Mthethwa.
TJ bevat ook werk dat je niet direct in het oeuvre va Goldblatt zou verwachten. Grappig is bijvoorbeeld de totaal onbekende, korte serie van automobilisten in hun auto, gemaakt in de jaren zestig. Het is een hommage aan Fellini en zijn de enige fotoxe2x80x99s waarin politiek geheel afwezig lijkt te zijn.
TJ is opgedeeld in zes hoofdstukken die corresponderen met de laatste vijf decennia van de twintigste eeuw en het eerste decennia van de eenentwintigste eeuw. De jaren zeventig krijgen zelfs twee hoofdstukken toebedeeld, namelijk Soweto en City + Suburbs. Het is de periode waarin Goldblatt op de meest klassieke wijze werkte. In de jaren tachtig werd zijn werk conceptueler en meer gelaagd. De eerste duidelijke stap in deze richting was In Boksburg (1982). Hoewel Goldblatt zelf niet ingedeeld wil worden (xe2x80x98Ik ben fotograaf en hoe anderen mij plaatsen interesseert mij nietxe2x80x99), zijn in de verschillende boeken wel degelijk diverse stijlen van fotografie te ontwaren.
Wat voor Goldblatt pleit is dat hij niet op zijn lauweren is gaan rusten. Ondanks zijn hoge leeftijd maakt hij nog steeds nieuw werk. Zijn meest recente serie bestaat uit een aantal portretten van moordenaars die op de plaats delict, ergens in Johannesburg, zijn gefotografeerd. De bijbehorende teksten vertellen hun verhaal waarmee zelfs de mens achter deze types naar boven komt. Met deze nieuwste serie is Goldblatt na zijn uitstap naar kleurenfotografie in de jaren negentig weer terug bij zwart-wit.
Uitgeverij Contasto heeft een mooie uitgave verzorgd, een uitgave die bovendien bijzonder is aangezien het een dubbelpublicatie betreft. Bij het fotoboek van David Goldblatt, hoort de fictieve roman Double Negative van Ivan Vladislavic. Hoewel Vladislavic zijn roman baseerde op gesprekken met Goldblatt en het over het leven van een fotograaf in Johannesburg gaat, heeft het geen betrekking op de specifieke fotoxe2x80x99s van Goldblatt.
In de roman wordt de hoofdpersoon, een fotograaf, gevolgd in zijn worsteling de recente geschiedenis van Zuid-Afrika te verbeelden. David Goldblatt, op wie dit fictieve karakter wellicht is gebaseerd, is daar in ieder geval met TJ ook weer in geslaagd. Man

 
ZWELETHU MTHETHWA (2010)

Zwelethu Mthethwa
fotoxe2x80x99s: Zwelethu Mthethwa
teksten: Okwui Enwezor
gebonden, 26,2x31cm, 180 paginaxe2x80x99s
uitgever: Aperture
ISBN: 1597111139
MTHETHWACOVER Na de vrije verkiezingen in 1994 hadden veel Zuid-Afrikaanse xe2x80x98struggle-fotografenxe2x80x99 moeite te los te komen van de heersende trend van reportagefotografie. Hierin lag de nadruk op de gevolgen van Apartheid voor de gekleurde en zwarte bevolking. Veel fotografen stopten, maar anderen wisten zich na enige tijd te ontkomen aan de oude tradities of begonnen pas met fotograferen in het vrije Zuid-Afrika.
Tot deze laatste groep behoort schilder/fotograaf Zwelethu Mthethwa (1960) van wie vorig jaar de monografie Zwelethu Mthethwa bij Aperture verscheen. Zijn werk kenmerkt zich door het gebruik van kleuren en een formele aanpak, waarin afstand wordt genomen van de oude, hoofdzakelijk zwart-wit xe2x80x98struggle-fotografiexe2x80x99 uit het verleden. Naar eigen zeggen draagt deze aanpak bij aan een positief beeld van Afrika en hoewel hij nog steeds de onderlaag van de bevolking vastlegt, prevalereren waardigheid, standvastigheid en trots in zijn portretten.
In het in deze monografie opgenomen interview met de fotograaf en het essay geschreven door Okwui Enwezor, wordt keer op keer gehamerd op het gegeven dat Mthethwaxe2x80x99s onderwerpen een gezicht krijgen. De teksten benadrukken de tegenstelling tussen enerzijds de fine-art fotografie en anderzijds de sociaal gexc3xabngageerde reportagefotografie uit het apartheidsverleden en het xe2x80x98afropessimismexe2x80x99 waarin subjecten worden gereduceerd tot naamloze slachtoffers.
Met de portretten van bewoners van de sloppenwijken (xe2x80x98Interiorsxe2x80x99, 1995-2005) en de fotoxe2x80x99s van slaapkamers van migrantenarbeiders (xe2x80x98Empty Bedsxe2x80x99, 2002) onderscheidt Mthethwa zich inderdaad van reportagefotografie. Zo probeert hij de bewoners van de sloppenwijken zo waardig mogelijk te portretteren. Door hen direct bij zijn project te betrekken, en hen tijd geeft de woning en zichzelf te fatsoeneren, ontstaat een beeld dat ongebruikelijk is in de documentaire fotografie. Een fotograaf die een vergelijkbare aanpak hanteerde is Jonas Bendiksen die met zijn The Places Where We Live (Aperture, 2008) mensen in sloppenwijken over de hele wereld fotografeerde. Ook al zijn de portretten gemaakt in armoedige huizen, de bewoners verworden niet perse tot meelijwekkende slachtoffers. Bendiksen combineert zijn formele portretten, met klassieke fotoxe2x80x99s gemaakt in de sloppenwijken maar lijkt, in tegenstelling tot Mthethwa, de xe2x80x98documentairexe2x80x99 werkwijze niet los te kunnen laten.
Opvallend is dat Mthethwa in zijn latere werk enigszins neigt naar reportagefotografie. Okwui Enwezor merkt in zijn essay terecht op dat de latere series van Mthethwa tot zijn beste behoren, mede doordat ook hij hier enige toenadering zoekt tot de realistische documentaire fotografie, zonder te vervallen in de vermeende xe2x80x98slachtofferfotografiexe2x80x99 uit de Apartheidsjaren. Alle goede bedoelingen ten spijt, de geportretteerden uit het vroege werk van Mthethwa ogen wat stijf en zelfs onnatuurlijk. Ondanks dat hij poogde de geportretteerden waardig vast te leggen, zijn veel xe2x80x98documentairexe2x80x99 fotoxe2x80x99s vrijer en daarmee natuurlijker.
Tussen 2006 en 2008 portretteerde Mthethwa arbeiders op suikerrietplantages en arbeiders in de ondergrondse en bovengrondse mijnen. De fotoxe2x80x99s van mijnwerkers brengen de serie On the Mines (1973) van David Goldblatt in herinnering. En net als bij Goldblatt passen Mthethwaxe2x80x99s portretten van de mijnwerkers in een bredere context, namelijk de band tussen Zuid-Afrikaanse arbeiders, het land en het kapitaal, drie factoren die allesbepalend waren voor de Zuid-Afrikaanse geschiedenis. Het sterkst zijn echter zijn fotoxe2x80x99s van arbeiders op suikerrietplantages, die minder formeel zijn dan zijn andere werk. Hier verbindt Mthethwa de verontwaardigde xe2x80x98struggle fotografiexe2x80x99 uit het verleden met de positievere hedendaagse blik op het Afrikaanse continent.
In de portretten van Mthethwa worden de conventies uit de westerse documentaire traditie (die overigens door talloze Afrikaanse fotografen is overgenomen) en de Afrikaanse commercixc3xable studiofotografie gecombineerd. Hoewel Enwezor het werk van Mthethwa goed duidt, begint zijn nadruk op het typische Afrikaanse in de fotografie, en de ogenschijnlijke afkeuring van de westerse documentaire traditie, wat drammerig en zelfs vermoeiend te worden. Mthethwa maakt intrigerende portretten en volgt daarmee niet de xe2x80x98westerse documentaire traditiexe2x80x99. Men moet echter niet uit het oog verliezen dat menig Afrikaanse fotograaf (b.v. Peter Magubane, Ernest Cole en Ricardo Rangel) wel in deze laatste traditie werkten, maar zeker niet minder Afrikaans zijn dan Mthethwa, simpelweg omdat zij allen een medium gebruiken dat universeel is en zich dus niet laat begrenzen door nationaliteit of culturele afkomst.
MTHETHWABOEK 

 
PORTRET JOOST VAN DEN BROEK (2010)

Joost van den Broek
fotoxe2x80x99s: Joost van den Broek
teksten: Remco Campert
ontwerp: Renxc3xa9 Put
gebonden, 24x30cm, 160 paginaxe2x80x99s
uitgever: dxe2x80x99jonge Hond
ISBN: 978-90-89102-19-5
Joostcover Het moest even duren, maar eindelijk is er een monografie verschenen van fotojournalist Joost van den Broek. Aanvankelijk zou zijn eerste boek Puur Portret zou gaan heten net als zijn soloexpositie vier jaar geleden in de Melkweg. Uiteindelijk werd het Portret Joost van den Broek, een betere titel aangezien het boek uiteenlopende portretten bevat, en het de vraag is wat er precies met xe2x80x98puur portretxe2x80x99 wordt bedoeld. Naast conventionele portretten bevat deze publicatie verschillende portretten afkomstig uit reportages. Een goede keuze, want ook al zijn de xe2x80x98statischexe2x80x99 portretten van een constante kwaliteit, de reportageportretten bieden de noodzakelijke afwisseling. De portretten van Van den Broek zijn in te delen in drie groepen in te delen. Het sobere close-up portret, de meer ruimtelijke omgevingsportretten en de portretten gemaakt als onderdeel van een (nieuws)reportage.
Joost van den Broek neemt gemiddeld nauwelijks meer dan vijftien minuten de tijd voor het maken van een portret, al vergt dit wel zijn uiterste concentratie. Ondanks de snelheid waarmee hij werkt, gaat er van zijn portretten een enorme rust uit, een rust die zelfs in zijn nieuwsfotoxe2x80x99s doorschemert. Met deze portretten onderscheid Van den Broek zich op positieve wijze van andere portretfotografen, vooral omdat hij in staat is duidelijk zijn stempel te drukken op de verschillende soorten portretten die hij maakt.
Vergelijken we, voor zover dat eigenlijk mogelijk is, Van den Broek met bijvoorbeeld de Belgische fotograaf Stephan Vanfleteren dan wordt duidelijk dat Van den Broek terughoudend is met het regiseren van zijn model. Door zijn snelle werkwijze zal Van den Broek, in tegenstelling tot Vanfleteren, zijn onderwerp niet tot bijzondere poses uitdagen. Bovendien zijn de portretten van Van den Broek minder contrastrijk dan zijn Belgische collega.
Wellicht passen, vooral de close-up, portretten van Van den Broek meer in de traditie van xe2x80x98subjectievexe2x80x99 fotografen die hun model weinig sturen en hun onderwerp in hun puurheid vastleggen. Zonder overigens te neigen naar het uiterst subjectieve werk van fotografen als Thomas Ruff. De stijl van Van den Broek blijft altijd aanwezig, en hoewel de directe portretten zorgen de geringe scherptediepte, de onverzadigde kleuren en het gebruik van natuurlijk licht dat de portretten door de kijker op een door Van den Broek gewenste manier worden beleefd. Door de werking van het natuurlijke licht in het merendeel van zijn portretten roepen niet zelden de associatie op met portretschilderijen van de oude meesters uit de Nederlandse schilderskunt.
Op veel close-ups is gebruik maakt van een achtergronddoek of een neutrale achtergrond, waarmee het accent op de geportretteerde komt te liggen. Dat levert mooie portretten op, maar indien het boek uit honderd van deze close-ups had bestaan, zou dat onherroepelijk tot problemen leiden. Het is namelijk zo dat de geportreteerden niet allemaal met elkaar te maken hebben. Het zou leiden tot een gebrek aan coherentie. In werk van een fotograaf als Richard Avedon, zoals In the American West (1985) delen de portretten bijvoorbeeld een enkel thema (Wanneer de serie portretten xe2x80x98Nederlandersxe2x80x99 (2002) bekeken wordt dringt deze vergelijking zich overigens direct op).
Toch zijn er enkele series opgenomen, zoals de serie xe2x80x98Kinderen uit Beslanxe2x80x99 (2005) die als geheel vanzelfsprekend beter werkt dan wanneer Van den Broek slechts een portret uit de serie had geslecteerd. Het is overigens de beste serie uit het boek. Ook de openingserie xe2x80x98Matrozenxe2x80x99 (2005-2010) en afsluitende serie xe2x80x98Moslimaxe2x80x99sxe2x80x99 (2002) krijgen terecht relatief veel ruimte in het boek. Portretten en of series volgen elkaar op, de ene keer is de keuze duidelijk, een andere keer verassend.
Vooral de reportageportretten zorgen voor een welkome afwisseling ten opzichte van de mer statische portretten. Van den Broek toont dat hij in staat is prachtige xe2x80x98documentairexe2x80x99 portretten te maken en laat zien dat hij niet alleen als portretfotograaf maar ook als fotojournalist tot de Nederlandse top behoort. Het is overigens ook prettig dat er een uitneembaar boekje is bijgeleverd waar deze xe2x80x98portrettenxe2x80x99 in hun origenele context te zien zijn. In de context van het portrettenboek werken deze fotoxe2x80x99s echter ook, zeker door de vaak serieuze, soms grappige koppeling aan portretten uit andere sessies.
De afwezigheid van coherentie is vaak een manco in monografieen van journalistieke fotografen. In Portret Joost van den Broek is hier echter geen sprake van aangezien Van den Broek heel bewust lijkt te kiezen voor variatie en vooral op gevoel werkt.
Het leidt tot een ritmische sequentie waarin portretten elkaar soms op logische wijze, zonder dat er sprake is van vanzelfsprekendheid. Zo staan de portretten van Filip de Winter en Geert Wilders niet bijeen, en gelukkig zijn deze niet xe2x80x98gekoppeldxe2x80x99 aan een serie over moslimaxe2x80x99s.
In Portret Joost van den Broek is gekozen voor een sober ontwerp met estitische, wel haast poetische aanpak, die versterkt wordt door de mooie teksten van schrijver Remco Campert. Naast de fotoxe2x80x99s en de teksten van Campert zijn bij de productie van het boek technieken toegepast die voor een specifieke beleving zorgen. De beleving wordt versterkt doordat er geen vernis, spotvernis of coating is gebruikt (wat ertoe leidt dat de drukinkt daadwerkelijk geroken kan worden) en de keuze voor een dik, niet-gestreken papier. Daardoor krijgt een boek een feeling die afwijkt van de glossy uitstraling die veel andere fotoboeken typeert.
Maar het is vooral te danken aan de constante kwaliteit en de poetische aanpak, dat deze publicatie niet zomaar een zielloos oeuvrewerk met louter mooie fotoxe2x80x99s geworden. Joost van den Broek zich van de moeilijke taak gekwijt om met tientallen uiteenlopende fotoxe2x80x99s een samenhangend boek te produceren waarin zijn hand constant zichtbaar is.
   Joostboek1





Joostboek2

 
THE PLEASURES OF GOOD PHOTOGRAPHS (2010)

Gerry Badger
gebonden, 21,8 x 16 cm
256 paginaxe2x80x99s
uitgever: Aperture
ISBN: 978-1-59711-139-3
Unknown Weinig schrijvers slagen er net als Gerry Badger in de historie van en theoriexc3xabn over fotografie inzichtelijk te maken voor een groter publiek. Dat Badger een voorliefde heeft voor het fotoboek blijkt uit de aandacht 
die het fotoboek toekomt in de essaybundel The Pleasures of Good Photographs. Hoewel slechts xc3xa9xc3xa9n essay specifiek over het fotoboek als medium handelt, passeren in de andere essays talloze fotoboeken de revue, te beginnen met een betoog over American Photographs van Walker Evans.
Met het uiterst leesbare The Genius of Photography (in het Nederlands verschenen onder de titel Door het Oog van de Lens) en de daarbij behorende gelijknamige zesdelige BBC-serie, toonde Badger hoe de geschiedenis van een complex medium op heldere wijze kan worden verteld. Hoewel doorgaans Martin Parr wordt geprezen voor de samenstelling van de twee uiterst succesvolle delen van The Photobook, waren het toch vooral de teksten van Badger die inzicht gaven in de wereld van het fotoboek. Het boek leidde zoals bekend tot een ware opleving/hype van het fotoboek. The Pleasures of Good Photographs bevat 17 essays en een intermezzo getiteld xe2x80x98The Walk To Paradise Gardenxe2x80x99 (een verwijzing naar de beroemde foto van W. Eugene Smith. In het tussenstuk toont Badger een reeks fotoxe2x80x99s die met elkaar samenhangen doordat zij, in de ogen van Badger, het xe2x80x98padxe2x80x99 als centraal thema hebben. Het is Badgerxe2x80x99s variant op Looking at Photographs (1973) van zijn grote held John Szarkowski, waarin steeds een foto op een pagina werd besproken. Badger brengt niet zomaar een hommage aan Szarkowski. Deze had een bepaalde visie op fotografie en kwam daardoor, vooral vanaf de jaren zeventig, zwaar onder vuur te liggen. Badger schrijft daarover in de inleiding: xe2x80x98As far as writing about photography is concerned, for me the master was Szarkowski. He could be a little narrow in his perspective at times, but he was second to none as a stylist and was suprxc3xa8me in his insight. His great virtue was that he himself was a photographer, so he knew from experience the kinds of touches that went on through a photographerxe2x80x99s mind at the crucial moment of clicking the shutterxe2x80x99. Het is een directe aanval op critici die zelf nooit een camera vast hebben gehouden, of gefrustreerde fotografen waren.
In het openingsessay xe2x80x98The Pleasure of Good Photographsxe2x80x99 houdt Badger een verhelderend betoog waarin hij zijn eigen positie binnen het discours bepaalt. In sneltreinvaart worden begrippen, schrijvers en ontwikkelingen in en over fotografie behandeld en positioneert Badger zich in het midden. Vooral de verschillende denkrichtingen over fotografie staan centraal. De revolutie die formalist Szarkowski veroorzaakte, maar ook de onvermijdbare contrarevoluties van conceptualisten, poststructuralisten en postmodernisten, worden helder uiteengezet, en hoewel Badger niet volmondig kiest voor een stroming, valt tussen de regels door wel een hang naar de eerste op te maken, waarin inhoud belangrijker is dan de vorm. Zelf schrijft hij: xe2x80x98The basis of my position is this. It rests, I think, upon two truths that I hold to be self-evident. The first is that photography is not only potentially an art form, it is one of the most important art forms of our time. The second is that photography is not simply an inferior form of painting, or a system of cultural signs, but that it has qualities xe2x80x93 shared in part, but only in part, with film xe2x80x93 which set it apart from other media, and that, despite its myriade problem, it is one of the most beguiling and pleasurable of mediumsxe2x80x99. Na het openingsessay volgen zestien essays. Het interessante daarin is dat Badger niet steeds kiest voor fotografen die tot de xe2x80x98canonxe2x80x99 van de fotografie behoren. Natuurlijk bespreekt hij werk van Walker Evans en Eugxc3xa8ne Atget, maar telkens plaats hij deze figuren in een groter kader. En waar dan beter te beginnen dan bij de toch altijd weer complexe Walker Evans?
Vaak kiest Badger het werk van een relatief onbekende fotograaf om diens werk vervolgens te plaatsen in een historische context of te koppelen aan heersende discussies over het medium. Wanneer alle essays, die overigens prima afzonderlijk functioneer, gelezen zijn, heeft de lezer inzicht gekregen in de geschiedenis en theorie van de fotografie uit het verleden, maar tevens genoeg voorbeelden van hedendaagse fotografen die plaats hebben in recente discussies. Soms neemt Badger stevige standpunten in, maar nooit wordt het echt bijtend. Aan de hand van voorbeelden ontkracht Badger verschillende mythes, zoals dat van xe2x80x98participatory observationxe2x80x99, een stroming waartoe hij b.v. Nan Goldin en Richard Billingham rekent. xe2x80x98(xe2x80xa6) but clearly it would seem that photographing from the inside rather than the outsider is no guarantee against exploitation. Neither it is a guarantee against bad picture nor fair and honest representation. Insiders have no monopoly on either artistic talent or good intention.xe2x80x99 Badger waarschuwt dus voor de gevaren en het gegeven dat sommige fotografen pogen critici de mond te snoeren door zich te beroepen op dit soort xe2x80x98persoonlijkexe2x80x99 fotografie.
Het zijn niet zozeer de Goldins die zich hieraan schuldig maken, maar wel de talloze mindere navolgers. Ook in het essay over Patrick Zachmann, wiens werk als basis dient voor een betoog over de documentaire fotografie, bevat enkele interessante stellingen. Badger noemt hierin de tendens van zelfreflectie onder fotografen, zoals In History (2008) van Susan Meiselas en het collaboratieve Open See (2009) van Jim Goldberg. Deze vorm van xe2x80x98postmodern reportagexe2x80x99, maakt de documentaire niet zozeer eerlijker, maar wel interessant en complex. Helaas is dit wederom niet altijd het geval in de zelfreflectieve documentaire fotografie. xe2x80x98During the 1970s, there was a brief attempt, yet one that stil resonates, to talk about the xe2x80x9cconcernedxe2x80x9d photographer. The attempt petered out, largey because the debate was a specious one. Every photographer should be a concerned photographer, although unfortunately today, too many photographers seem to be concerned solely with themselvesxe2x80x99. Zo nu en dan gaat Badger in tegen de heersende stromingen. Soms leidt dat tot rehabilitatie van oud werk. Het duidelijkst is dat in het essay over het boek Nothing Personal (1964) van fotograaf Richard Avedon en schrijver James Baldwin. Waar Avedon in de jaren zestig nogal eens werd afgeserveerd als een vlakke xe2x80x98celebrityxe2x80x99-fotograaf (een standpunt dat ook Badger in het verleden innam), daar dicht Badger het boek nu een enorme kwaliteit en diepgang toe. En inderdaad, het is een erg mooi boek waarin de Amerikaanse samenleving stevig wordt bekritiseerd al is dat toch voornamelijk te danken is aan de bijtende tekst van James Baldwin. xe2x80x98The otherxe2x80x99 The Americans, zoals Badger nu zelfs placht te stellen, is wellicht een iets te complimenteus oordeel. Aangezien The Pleasures of Good Photographs talloze themaxe2x80x99s behandelt, zullen er altijd punten zijn waarin de lezer en schrijver het oneens zullen zijn, maar de ware kracht van het boek is de luchtige en eigentijdse behandeling van complexe themaxe2x80x99s binnen de fotografie. xe2x80x98If looking at photographs is a pleasurable activity, it is pleasure in a complex, transformative, frequently unsettling sense. It is not pleasure unalloyed, for no profronde pleasure is xe2x80x98purexe2x80x99 xe2x80xa6 Like many truly enriching blessuresxe2x80xa6photography has its dark, ruling, even dangerous aspectsxe2x80x99.
Met The Pleasures of Good Photographs heeft uitgeverij Aperture een mooie toevoeging gedaan aan de groeiende reeks essaybundels xe2x80x98Aperture Ideasxe2x80x99 met titels als Photography after Frank van Philip Gefter en de heruitgave van Andy Grundbergs Crisis of the Real.

 
CONGO (BELGE) e.a. (2009/2010)

Marcus Bleasedale, Stephan Vanfleteren en Carl De Keyzer
Dit jaar viert Congo, of de Democratische Republiek Congo (DRC) haar vijftigjarige onafhankelijkheid. Reden voor talloze publicaties die aantonen dat er minder reden tot feesten is. Zo schreef David Van Reybrouck een zeer toegankelijke geschiedenis met de neutrale titel Congo een geschiedenis en op de Belgische televisie lopen de ambitieuze series Congo en Bonjour Congo waarin de vaak grimmige geschiedenis van het land wordt belicht. De gexc3xafnteresseerde doet er goed aan dit boek en of deze series te lezen en te bekijken, want de Congolese geschiedenis is complex.
De laatste tijd verschenen ook enkele fotoboeken over het land. Hoewel de fotoxe2x80x99s duidelijk een verhaal vertellen kan een historische kennis van het land een meerwaarde hebben bij het lezen van de vier hier besproken fotoboeken. In 2009 verscheen The Rape of a Nation van Marcus Bleasdale dat onlangs werd uitgeroepen tot het beste fotoboek van 2009 . Het jaar daarop verschenen er nog drie andere publicaties, allen van Belgische fotografen. De twee door Carl De Keyzer samengestelde catalogi, behorende bij de dubbelexpositie Congo Belge en images en Congo (Belge), vormen een groots opgezet project. Kleinschaliger van aard, maar zeker interessant is het project Futur Simple met fotoxe2x80x99s van Stephan Vanfleteren en tekst van Koen Vidal.

Land zonder hoop
In het xe2x80x98klassiekxe2x80x99 gefotografeerde The Rape of a Nation vertelt Marcus Bleasedale op sombere wijze het verhaal van een land zonder hoop. Zijn fotografische stijl is direct, zwart-wit en grofkorrelig. Wanneer het boek bekeken wordt roept het direct associaties op met Gilles Peressxe2x80x99 The Silence (1995), wat mij betreft een van de beste documentaire fotoboeken ooit geproduceerd. Wat The Rape of a Nation meteen duidelijk maakt is dat het huidige Congo, vanaf de komst van de Europeanen door de aanwezigheid van arbeidskracht en grondstoffen wordt verdeeld. De afgelopen decennia is het land onderhevig geweest aan talloze conflicten. Sinds de Tweede Wereldoorlog zijn er bij geen conflict zoveel doden te betreuren geweest als in Congo, waar de talloze conflicten ook wel de Grote Afrikaanse Oorlog of de Eerste Afrikaanse Wereldoorlog worden genoemd. Minder complex dan deze conflicten zijn de verhoudingen in de regio. Steeds weer is de burgerbevolking slachtoffer van machthebbers die zich tijdens het koloniale bewind en daarna onafgebroken hun macht hebben misbruikt. Bleasedale maakt zich hierover druk als mens en als fotograaf. Wat hij de wereld toont stemt somber.
De vormgeving van het boek is sober maar doeltreffend. Fotoxe2x80x99s met, min of meer, hetzelfde thema zijn gegroepeerd en worden onderbroken door zwarte paginaxe2x80x99s met reepjes witte halve paginaxe2x80x99s waarin de slachtoffers van de oorlog via getuigenissen een stem krijgen. Deze opzet werkt goed. De soms toch al schokkende fotoxe2x80x99s worden in hun kracht versterkt door deze getuigenissen.
Bleasedale is getuige van een doorlopend conflict dat vele slachtoffers eist, een conflict waarbij de wereld nog steeds de andere kant opkijkt. Critici zullen Bleasedale naxc3xafviteit verwijten en vraagtekens zetten bij het bereik dat hij zal hebben met zoxe2x80x99n prachtig vormgegeven boek. Het boek zal voor een kleinere markt bedoeld zijn dan de gexc3xabngageerde en goedkope xe2x80x98pamflettistischexe2x80x99 boeken als het haast vergeten boek Lxe2x80x99Mort du Biafra (1968) van Gilles Caron en Koen Wessings Chili, September 1973. Zolang dit boek (waarvan veel fotoxe2x80x99s overigens ook al in tijdschriften werden afgedrukt) echter informatie verschaft over de situatie in Congo valt slechts te hopen dat zoveel mogelijk mensen te zien krijgen. Of zelfs, zoals historicus Adam Hochschild schrijft: xe2x80x98I would love to see this book in the hands of every major United Nations official and every countryxe2x80x99s foreign minister, to remind them of the pressing need to adress one of the great human tragedies of our time.xe2x80x99

Zeven verhalen
Voor Futur Simple reisden fotograaf Stephan Vanfleteren en Morgen-journalist Koen Vidal reisden vier maal naar Congo en tekenden de levensverhalen of van zeven xe2x80x98kinderenxe2x80x99.
De fotoxe2x80x99s zijn minder schokkend dan die in The Rape of a Nation, maar de schijn bedriegt. Het zijn vooral de soms zeer harde verhalen over verkrachtingen en kindsoldaten die indruk maken. Deze heftige verhalen worden afgewisseld door interviews waar iets meer hoop en vreugde vanuit gaan, maar waarbij de lezer nog steeds vaak met een onbehagelijk gevoel achterblijft.
Je kunt je afvragen of Futur Simple strikt genomen een fotoboek is. Het boek bestaat immers hoofdzakelijk uit tekst en is gexc3xafllustreerd door overigens, voor zoxe2x80x99n publicatie, erg mooi afgedrukte fotoxe2x80x99s. Wel is het jammer dat de fotoxe2x80x99s soms eerder het verhaal vertellen dan de tekst. Zo ziet de lezer bijvoorbeeld eerst een portret van een persoon die pas enkele paginaxe2x80x99s later worden gexc3xafntroduceerd in de tekst.
Wat Futur Simple echter interessant maakt is dat er duidelijk sprake is van een samenwerking tussen een journalist en fotograaf. Zo wordt in de teksten uitgebreid verteld over de problemen die het fotograferen in armoedige gebieden regelmatig oplevert. Verlegenheid van de te fotograferen personen en het eeuwige gesteggel over het betalen voor fotoxe2x80x99s behoren tot die problemen. Vidal beschrijft momenten waarop Congolezen spontaan aanbieden zich te laten fotograferen, maar zich tegelijkertijd duidelijk bewust zijn van het heersende beeld dat men in het westen van hen heeft. Zo roept bijvoorbeeld een zich in de rivier wassende man naar de boot waarop fotograaf en journalist zich bevinden, dat deze een foto van hem moeten maken. Uiteraard tegen betaling. Het witte zeep tekent, daarvan is de man zich terdege bewust, mooi af tegen de zwarte huid. In Futur Simple is zoxe2x80x99n foto niet terug te vinden maar er zijn zo een aantal publicaties aan te dragen, waarin deze foto wel terug te vinden is.
De fotografie van Stephan Vanfleteren is wederom prachtig. Het grote probleem echter is dat er in enkele gevallen herhaling in de fotografie optreedt of dat er te weinig lijkt te gebeuren. Waarschijnlijk hebben Vanfleteren en Vidal niet genoeg tijd gehad om hun onderwerpen te uitgebreid te fotograferen en natuurlijk is het merendeel wat de gexc3xafnterviewden vertellen in het verleden gebeurd. Maar feit blijft dat de fotoxe2x80x99s niet het hele beschreven verhaal vertellen. Uiteindelijk is dat niet echt een probleem aangezien Futur Simple niet puur als fotoboek benaderd moet worden. Dat gezegd hebbende bieden de fotoxe2x80x99s het boek wel een enorme meerwaarde. De hoofdpersonen worden in ieder geval prachtig geportretteerd en het is prettig te zien over wie de verhalen gaan. Futur Simple is zoals Vidal al schrijft geen wetenschappelijk en groots opgezet boek, maar tekent op indringende wijze de eenvoudige levensgeschiedenis van enkele kinderen van Congo op, waarin naast destructie toch nog ergens een sprankje hoop te vinden is.

Monumentaal tweeluik
Van de hier besproken boeken over Congo vormen de tegelijkertijd uitgebrachte catalogi behorende bij de succesvolle dubbelexpositie Congo Belge en images en Congo (Belge) het absolute hoogtepunt. Zonder de andere boeken te benadelen is de opzet van deze twee boeken de meest volledige. Beide delen (het ene met zwart, het andere met wit xe2x80x98slangenlerenxe2x80x99 kaft) hebben inmiddels al een tweede druk beleefd. Het huidige Congo wordt in de boeken benaderd vanuit een historisch perspectief. Dit gebeurt niet alleen door het plaatsen van een chronologie (zowel aanwezig in Futur Simple als in The Rape of a Nation), maar door simpelweg twee boeken uit te geven. Een gevuld met historische fotoxe2x80x99s, de ander met recente fotoxe2x80x99s. De briljante gedachte door in beide delen gebruik te maken van de vakkennis van xc3xa9xc3xa9n fotograaf, Carl De Keyzer, zorgt ervoor dat de twee delen een sterk geheel vormen. Alvorens de boeken te bespreken moet de lezer daarom op het hart worden gedrukt beide delen, en niet slechts een ervan, aan te schaffen.

Historische fotoxe2x80x99s 
Hoewel aanvankelijk vooral lang uitgekeken werd naar het nieuwe, in Congo gemaakte, werk van Carl de Keyzer, dat oorspronkelijk zou verschijnen als Congo, My is Congo Belge en images de grootste verassing. Het uitgangspunt is even simpel als doeltreffend. Carl De Keyzer en Johan Lagae, docent architectuurgeschiedenis, werden gevraagd honderd fotoxe2x80x99s te selecteren uit het gigantische archief van het Koninklijk Museum voor Midden Afrika in Tervuren. Zij besloten ditmaal eens geen historisch overzicht van de Belgische kolonisatie te bieden, maar te kiezen voor xe2x80x98sprekendexe2x80x99 en xe2x80x98stommexe2x80x99 beelden uit Belgisch Congo. Johan Lagae verantwoord deze keuze in een helder geschreven essay over  de visuele annexatie van Congo en de werking van de xe2x80x98koloniale blikxe2x80x99. Hierin geeft hij de lezer een handvat hoe we naar deze historische fotoxe2x80x99s kunnen bekijken. De opzet van het boek, waarin de fotoxe2x80x99s niet gekoppeld worden aan bijschriften, dwingt de lezer regelmatig tot nadenken en na het lezen van de bijschriften, achterin het boek, wordt deze weer gedwongen terug te bladeren. De fotoxe2x80x99s, nooit eerder gepubliceerd, geven een ander beeld van de Belgische kolonie dan we gewend zijn uit de propagandabeelden die we kennen uit boeken die uitgegeven werden toen Congo nog bij Belgixc3xab hoorde. Anderzijds geven zij ook een ander beeld dan dat bekend is uit de geschiedenisboeken waarin de genadeloze onderdrukking, vooral in de Kongo Vrijstaat, centraal stond. De gruwelfotoxe2x80x99s die nog maar eens afgedrukt werden in de bestseller King Leopoldxe2x80x99s Ghost van Adam Hochschild, vinden we hier niet terug, al staat de enige foto van een Afrikaan met afgehakte hand wel prominent op het titelblad. Nee, Congo Belge en images geeft een genuanceerder beeld, zonder het donkere verleden te bagatelliseren. Geen fotoxe2x80x99s van heldhaftige kolonisten. Als deze al worden getoond dan stemt dat steeds tot nadenken. De foto van doodzieke Belg in bed, die zijn hondje als enig houvast lijkt te hebben geeft een verassend beeld van de kwetsbaarheid van de Belgen in tropisch gebied. Er zijn uiteraard wel fotoxe2x80x99s die de koloniale blik tonen, maar wederom zijn deze zo gekozen dat zij meer vertellen dan de maker wellicht bedoeld had.
Een andere prachtige foto is die waarop een Afrikaan zijn hand ophoudt voor een wit doek alvorens deze volgens de wetten van de fysische antropologie diende te worden gefotografeerd. We zien op deze foto echter niet alleen de hand, maar ook de eigenaar en de persoon die het achtergrond doek ophoud. Op deze manier wordt een verhaal van de antropologische fotografie vertelt. Het boek bevat geen fysisch antropologische portretten, suggestieve naakten evenmin. En, net zomin het geen heldhaftige Belgen toont, worden Afrikanen niet enkel als hulpeloze slachtoffers van gruweldaden opgevoerd. Het boek dient niet als een aanklacht zoals destijds het pamflet Red Rubber (1906) van E.D. Morel en meer recentelijk Adam Hochschild. Zoals gezegd bevat het boek wel een foto van een man met afgehakte hand, maar het is slechts een foto van dit bekende beeld uit de Kongo-Vrijstaat. Daarnaast staat er nog een foto van een ontbindend lichaam van een drager langs een route die veel door kolonisten werd gebruikt. In zijn essay schudt Lagae de lezer wakker bij dit beeld. We moeten hier niet enkel kijken naar een foto van een lijk, maar ons afvragen waarom die foto is gemaakt. De fotograaf heeft hier lang moeten nadenken toen hij de compositie maakte en belangrijker is de vraag, wat moet hij hebben gedacht. Wat dachten de Afrikaanse dragers toen ze de fotograaf bezig zagen? Saillant detail is dat Bleasedale in zijn boek een vergelijkbare foto van een lijk heeft opgenomen die onder andere omstandigheden is vervaardigd, maar bij vergelijking gelijksoortige vragen doet oproepen. Bij bijna iedere foto in Congo Belge en images kunnen gelijksoortige vragen worden gesteld en dat maakt dit boek bijzonder interessant. We missen aanvankelijk de context (aangezien de bijschriften achterin het boek staan), maar in sommige gevallen is er simpelweg geen informatie over de foto en wordt het nooit een sprekend beeld , het blijft stom.  
Nu kan een willekeurige selectie fotoxe2x80x99s natuurlijk ook vragen oproepen maar De Keyzer en Lagae hebben niet alleen interessante, maar ook visueel prachtig beeldmateriaal verzameld. Zij hebben hun keuzes laten bepalen door de kracht en compositie van de fotoxe2x80x99s. Aangezien fotografen vaak werkzaam waren in het koloniale keurslijf is menig foto uit deze tijd visueel onaantrekkelijk. De hier opgenomen, door Carl De Keyzer, opgepoetste en daardoor heldere fotoxe2x80x99s zien er erg mooi uit en in veel gevallen vraag je je af of ze niet vandaag de dag gemaakt zijn. Daarmee is dit niet een willekeurige verzameling xe2x80x98oude fotoxe2x80x99sxe2x80x99 geworden,  maar is ervoor gekozen slechts honderd, zorgvuldig gekozen fotoxe2x80x99s op te nemen en deze in dezelfde toon als spread af te drukken. Congo Belge en images bevat een serie prachtige fotoxe2x80x99s die fris aandoet en dat is een verdienste van De Keyzer er Lagae die de lezer eens niet vermoeien met de zoveelste ongexc3xafnspireerde muffe publicatie samengesteld uit talloze fotoxe2x80x99s uit de oude doos.

Vergane glorie
Congo (Belge) sluit naadloos aan op Congo Belge en images. Ditmaal zijn de fotoxe2x80x99s echter gemaakt in het hedendaagse Congo. De Keyzer maakte voor dit project veel verstilde opnamen in kleur. Deze fotoxe2x80x99s doen wat betreft vorm en inhoud sterk denken aan de fotoxe2x80x99s die de Zuid-Afrikaan Guy Tillim eerder maakte en publiceerde in boeken als Leopold and Mobutu (2004), Congo Democratic (2006) Avenue Patrice Lumumba (2008). In sommige gevallen fotografeert de Keyzer exact hetzelfde onderwerp als Tillim, zoals het portret van xe2x80x98ontdekkingsreizigerxe2x80x99 H.M. Stanley in Boma. De Keyzer neigt in stijl weliswaar naar het latere werk van Tillim, maar zijn fotoxe2x80x99s spelen personen toch een prominentere rol. 
Voor Congo (Belge) reisde De Keyzer langs toeristische trekpleisters zoals beschreven in een oude reisgids en fotografeerde hier de Belgische restanten in het huidige Congo. Daarvoor toont De Keyzer relatief veel fotoxe2x80x99s uit de mijnstreek van Katanga, waar de basis lag voor het postkoloniale conflict waar premier Lumumba direct mee te maken kreeg. Katanga, rijk aan grondstoffen, staat wellicht symbool voor de strijd die sindsdien steeds weer oplaaide in Congo. In alle fotoxe2x80x99s proeft de lezer de koloniale erfenis. Wat in Congo Belge en images voor de ogen van de lezer wordt opgebouwd, keert in Congo (Belge) in verweerde staat terug. Bij De Keyzer blijven de gruwelbeelden van Bleasedale  achterwege, maar prettig oogt dit hedendaagse Congo nog steeds niet. In tegenstelling tot Bleasedale klaagt De Keyzer niet aan. Ook al heeft iedere foto en link met het koloniale verleden, De Keyzer houdt afstand. Wel bevatten veel fotoxe2x80x99s een intense spanning, zoals de vele fotoxe2x80x99s met militairen in de hoofdrol, maar ook de spannende opname van een Congolees in een katholieke kerk. De associatie met de fotoxe2x80x99s van kerken in Rwanda is snel gewekt.
Gebruikmakend van de sporen uit het verleden toont De Keyzer dat het gedaan is met de Europese aanwezigheid. Zelfs de opname van een Witte pater met bijbehorende baard lijkt haast een anachronisme. De titel van het boek Congo (Belge) toont in tegenstelling tot Congo Belge deze definitieve breuk met het koloniale verleden. De resten worden zichtbaar overwoekerd door planten, roest en afbrokkeling.
Ook nu laat De Keyzer de lezer veel ruimte tot overpeinzingen en is zijn boek veel minder minder sturend dan dat van Bleasedale of zelfs het boek van Vanfleteren en Vidal. Samen bieden Congo (Belge) en Congo Belge en images een prachtig beeld van Congo, al dient gezegd te worden dat de levensverhalen in Futur Simple en de aanklacht The Rape of a Nation die beide tevens begeleid worden door mooie multimediapresentaties een mooie aanvulling zijn op de verstilde beelden van De Keyzer.


The Rape of a Nation (2009)
Tekst: John Le Carrxc3xa9 en Marcus Bleasedale
Fotografie:Marcus Bleasedale
Hardcover
240 paginaxe2x80x99s
ISBN: 9789053306710
Formaat: 18 x 24 cm
Uitgeverij: Schilt Publishing
Multimedia The Rape of a Nation
Futur Simple (2010)
Tekst: Koen Vidal
Fotografie: Stephan Vanfleteren
Hardcover
240 paginaxe2x80x99s
ISBN: 9789085422105

Formaat: 16,2 x 20,8 cm
Uitgeverij: Meulenhoff / Manteau
Multimedia
De jeugd van Congo
Congo Belge en images (2010)
Tekst: Jacob Sabakinu Kivilu, Patricia Hayes en John Lagae
Fotografie: diverse fotografen
ISBN: 9789020987089
Formaat: 27,0 x 36,0 cm
Hardcover
192 pagina's
Uitgeverij: Lannoo

Congo Belge (2010)
Tekst: David Van Reybrouck
Fotografie: Carl De Keyzer
ISBN: 9789020986822
Formaat: 27 x 36 cm
Gebonden in vollinnen band
352 pagina's
Uitgeverij Lannoo

 
JAPANESE PHOTOBOOKS OF THE 1960s AND ’70S (2009)

Ryxc5xabichi Kaneko en Ivan Vartanian
Hardcover met bellyband
240 paginaxe2x80x99s
ISBN: 978-1-59711-094-5
Formaat: 22.9 x 30.5 cm

517mcmbyy0ljpg_sx350_bo1138138138_s Het vorig jaar verschenen Japanese Photobooks of the 1960s and xe2x80x9870s past naadloos in een traditie van fotoboeken en tentoonstellingen over fotoboeken, die het afgelopen decennium verschenen. Verreweg de bekendste en wellicht beste publicatie is het tweedelige The Photobook: A History van Martin Parr en Gerry Badger (2004 en 2006). Deze delen bevatten enkele Japanse publicaties. Toch ligt bij de keuzes van Parr en Badger de nadruk op Europese en Amerikaanse boeken. Fotoboeken uit de niet-Westerse wereld worden in twee thematische hoofdstukken beschreven, waarvan er een specifiek over het Japanse fotoboek gaat. Hoewel de rest van de wereld er wellicht wat bekaaid vanaf komt, is de relatief ruime aandacht voor het Japanse fotoboek terecht.
Fotohistoricus en verzamelaar van Japanse fotoboeken Ryxc5xabichi Kaneko en fotokenner Ivan Vartanian moeten gedacht hebben dat xc3xa9xc3xa9n hoofdstuk over Japanse fotoboeken niet toereikend is. Zij besloten een compleet fotoboek te wijden aan het fotoboek uit Japan, een land waarin een traditie hoog te houden moet worden. De samenstellers hebben gekozen voor een boek waarin veertig Japanse fotoboeken worden beschreven. De invalshoek is niet zozeer het samenstellen van een xe2x80x98top-40xe2x80x99, maar wel het crexc3xabren van een lijst die recht doet aan de vele vormen waarin het Japanse fotoboek na de oorlog verscheen. Kaneko en Vartanian willen met de publicatie voorkomen dat de buitenwereld het Japanse fotoboek opvat als een kolossaal geheel. Volgens de samenstellers moet de lezer deze publicatie daarom vooral beschouwen als een methode tot begrip over de evolutie van het Japanse fotoboek. Het encyclopedische karakter, een probleem waar bijvoorbeeld The Book of 101 Books
(2001) van Andrew Roth enigszins onder te lijden heeft, moest voorkomen worden.
Japanese photobooks of the 1960s and 70s
bevat een introductie van Ryxc5xabichi Kaneko, die zich, net als Parr in zijn The Photobook, bezitter mag noemen van alle, vaak extreem zeldzame, in deze publicatie opgenomen boeken. Voor Japan gold in de jaren zestig een politieke bewustwording van een generatie naoorlogse fotografen en een groeiende invloed van subjectieve documentaire die doorwerkte tot ver in de jaren zeventig. Studenten fotografie werden bexc3xafnvloed door het rauwe werk van fotografen als Robert Frank, William Klein en Ed van der Elsken (al lijkt de invloed van de laatste erg overdreven door mensen als Martin Parr, zoals onlangs in het NRC Handelsblad is beweerd door de samensteller van diens tentoonstelling Tokyo Symphony 16-4-2010). Naast de geboorte van een nieuwe generatie invloedrijke Japanse fotografen wordt de keuze voor de nadruk op de jaren zestig en zeventig voorts gerechtvaardigd door te wijzen op de toename van kwalitatief mooie fotoboeken in deze periode. Kaneko noemt de invloed van de offsetprint en het gebruik van duotoon op de kwaliteit. Hoewel in Japan al een oude en rijke traditie bestond van het fotoboek, zetten boeken van Alfred Stieglitz, Edward Weston, Henri Cartier-Bresson en verschillende catalogi van het MoMa de standaard voor het fotoboek. Hoewel Kaneko niet verzuimt te vermelden dat in Japan dus al prachtige boeken verschenen, speelt de relatie met de Westerse wereld wel degelijk een rol.
De geschiedenis Japanse fotoboek wordt uitgebreider beschreven door Ivan Vartanian in het essay getiteld xe2x80x98The Japanese Photobook. Toward an Immediate Mediaxe2x80x99. Vartanian beweert daarin dat om inzicht te krijgen in de Japanse fotografie het beste gekeken kan worden naar het fotoboek, vooral omdat de naoorlogse Japanse fotografie hoofdzakelijk in de gedrukte media werd gepresenteerd. Interessant is dat de fotografie direct na de Tweede Wereldoorlog vooral bestond uit gexc3xabngageerde fotografie waarin de sociale condities van de mens centraal stonden. Fotografen die in de jaren vijftig en zestig actief waren, verwierpen de vooroorlogse Japanse salon-fotografie en (de kunstzinnig bedoelde) amateurfotografie. Niet voor niets is het eerste besproken boek Snowlan
d of Yukiguni (1956) van Hiroshi Hamaya, die het medium gebruikte om een specifiek sociaal thema te tonen. Hoewel dit boek al in de jaren vijftig werd gepubliceerd, is het een logisch startpunt voor het overzicht van Japanse fotoboeken. Anders dan in The Photobook volgt dit boek een chronologische lijn en is het niet opgebouwd uit thematische hoofdstukken. In de chronologie is wel de overgang van het xe2x80x98traditioneel documentaire, naar de subjectieve fotografie, erg opvallend. Natuurlijk komen er fotoboeken aan bod die eerder tot de autonome kunst kunnen worden gerekend, zoals de gexc3xafllustreerde xe2x80x98dichtbundelxe2x80x99 Picture Book (E-Hon, 1956) van Shuntarxc5x8d Tanikawa, maar de documentaire fotografie, in al haar vormen, lijkt de boventoon te voeren. Voorts toont Vartanian hoe in de jaren zestig fotografen als Eiko Hosoe en Shxc5x8dmei Txc5x8dmatsu de objectief geachte gexc3xabngageerde documentaire fotografie inruilden voor een rauwe mix van persoonlijke en documentaire fotografie.
In Japan dreef de gedrukte media voor een groot deel op fotografie en magazines boden fotografen een platform voor hun seriematige, vaak persoonlijke, fotografie. Veel van de genoemde boeken bestaan uit series die daarvoor eerst als soort fotocolumns in tijdschriften waren gepubliceerd. Naast de tijdschriften en boeken kon men (vooral in het buitenland) nauwelijks kennis nemen van de Japanse fotografie. John Szarkowski (curator van het MoMa) bracht hierin grote verandering. Samen met de fotograaf Yamagishi zorgde hij in de jaren zeventig enerzijds voor een wijziging in vormgeving van veel fotoboeken, maar de inspanning om in 1974 te komen tot de tentoonstelling xe2x80x98New Japanese Photographyxe2x80x99 was van groot belang de kennis in het buitenland over de Japanse fotografie. De tentoonstelling en bijbehorende catalogus vormden het eerste gedegen overzicht van de Japanse fotografie en werd in 1979 gevolgd door xe2x80x98Self-portrait Japanxe2x80x99. Vartanian laat in het midden of hij blij is met de invloed van Sarkowski op de het Japanse fotoboeken, vooral wat vormgeving betreft.
Het zogenoemde xe2x80x98Provoke-tijdperkxe2x80x99 luidde een nieuw tijdperk in. Een groep fotografen produceerden enkele tijdschriften waarin het idee van de foto als xe2x80x98documentxe2x80x99 werd ontmanteld. Informatie en verhaal werden uit deze xe2x80x98boekenxe2x80x99 verdreven en fotoxe2x80x99s in een pure vorm kwamen centraal te. Fotografen werkten opzettelijk en ogenschijnlijk slordig, wat leidde tot talloze out-of-focus opnamen. In het Japans bestaat hiervoor zelfs de term xe2x80x98bure-bokexe2x80x99. Middels deze stijl wilden de fotografen de aandacht vestigen op het eigene van de foto. Opvallend is dat een fotograaf als William Klein de onscherpte in zijn fotoxe2x80x99s om dezelfde reden waardeerde (zie interview in de voortreffelijke BBC serie The Genius of Photography
), wat misschien wel de interesse voor zijn fotoxe2x80x99s in Japan verklaard. Wat de Provoke-fotografen deden was: xe2x80x98(xe2x80xa6) liberating the image from the illusion that it presented a reality beyond the physicality of the photographxe2x80x99. Zij wilden datgene vastleggen wat zij niet konden verwoorden oftewel xe2x80x98to capture a momentary reality (not represent, but be it).xe2x80x99
In de naoorlogse Japanse fotografie staat de hernieuwde zoektocht naar de Japanse identiteit centraal. Enerzijds was er het verlies van de oorlog en de tijdelijke bezetting door de V.S. met de invloeden die dat met zich meebracht. Anderzijds kende Japan een enorme economische en stedelijke groei. De tegenstelling tussen stad en platteland en de kritiek op Westerse (vooral Amerikaanse) invloed kwam terug in talloze fotoboeken.
Hoewel er kritiek was op deze invloed van buiten, heeft deze, zoals gezegd, kennelijk ook goede ontwikkelingen teweeggebracht. Zo werden Japanse fotografen in de jaren vijftig en zestig gexc3xafnspireerd door catalogi van het werk van Westerse fotografen. Deels kende de Japanse fotografie een zelfde ontwikkeling als de Westerse. Zo bleek de in de V.S. geboren Yasuhiro Ishimoto, van wie o.a. Someday Somewhere
(Aru Hi Aru Tokoro, 1958) verscheen, duidelijk een nazaat van de Amerikaanse fotograaf Harry Callahan. En net zoals in de V.S. en Europa fotografen als William Klein en Robert Frank zich afkeerden van de rustige documentaire fotografie van Henri Cartier-Bresson en Harry Callahan, zo namen Japanse fotografen hier ook afstand van en crexc3xaberden fotoboeken gevuld met rauwe, grillige fotografie.
Aan het einde van zijn essay beschrijft Vartanian het Japanse fotoboek als object. Door de ontwikkelingen in druktechniek zorgden voor een explosie van publicaties. In de jaren zestig en zeventig werden verschillende iconische fotoboeken in Japan gepubliceerd, zoals Man and Woman (Otoko to Onna, 1961) van Eikoh Hosoe, Japan (Nippon, 1967) van Shxc5x8dmei Txc5x8dmatsu of Soul and Soul (Nagare No Uta, 1971) van Kiyoshi Suzuki. Hierin valt op dat de vormgeving van de Japanse fotoboeken sterk afwijkt van het Westerse fotoboek. In Japan gold het fotoboek doorgaans ook niet als een reproductie van de fotoxe2x80x99s, maar als het product zelf. Wat daarmee bedoeld wordt bewijst de inventieve verpakking van boeken zoals Towards the City (Toshi He, 1974) van Yutaka Takanashi.
Met Japanese Photobooks hebben Kaneko en Vartanian bewust een mooie aanvulling verzorgd op het standaardwerk The Photobook. De opzet is vergelijkbaar al worden boeken in Japanese Photobooks uitgebreider beschreven. Het resultaat is een beknopt overzicht van Japanse fotoboeken waarbij menigeen zich wederom zal verwonderen waarom bepaalde publicaties wel en ander juist niet zijn opgenomen. Of dit boek dezelfde verzamelwoede zal oproepen valt te betwijfelen. De beschreven boeken zijn nog moeilijker te vinden dan de boeken die in The Photobook of The Book of 101 Books staan. De meeste van de publicaties zijn niet eens onder de xe2x82xac2000 te vinden (leuk is overigens dat in Japanese Photobooks ook de oorspronkelijke prijs van de boeken wordt vermeld). Toch is dit boek verplichte kost voor de verzamelaar van fotoboeken, al was het maar om te zien hoe mooi sommige van deze Japanse uitgaven zijn.
Nu is het wachten op diegene die zich gaat buigen over een publicatie over Afrikaanse, Aziatische en Zuid-Amerikaanse fotoboeken, ook al bezitten deze gebieden niet dezelfde rijke traditie zoals in Japan. Maar net als dat gold voor de Japanse fotoboeken, zal ook gelden dat hier meer interessante en benoemenswaardige boeken komen dan de publicaties die Parr en Badger samenpropten in xc3xa9xc3xa9n hoofdstuk van hun tweedelige standaardwerk.
Japanbooks 

 
SHAPED BY WAR (2010)

Don McCullin
Jonathan Cape Ltd
Hardcover
208 paginaxe2x80x99s
ISBN: 978-0224090261
Formaat: 32.4 x 25.6cm
Over weinig levende fotografen is zoveel geschreven als over Don McCullin en van even weinig zijn zoveel publicaties verschenen als van hem.Dat is bijzonder, vooral omdat McCullin hoofdzakelijk bekend is om zijn donkere oorlogsfotografie van enige decennia geleden. Het woord xe2x80x98oorlogxe2x80x99 is onlosmakelijk verbonden met McCullin, ook al verafschuwt hij de term xe2x80x98oorlogsfotograafxe2x80x99. xe2x80x9c(xe2x80xa6) I never wanted to be described as a xe2x80x98war photographerxe2x80x99. Itxe2x80x99s like saying you work in an abattoirxe2x80x9d, aldus de fotograaf.
Ter gelegenheid van McCullins vijfenzeventigste verjaardag wordt in het Imperial War Museum in Manchester de grote reizende overzichtstentoonstelling Shaped by War gehouden, waarin zijn oorlogsfotografie centraal staat. Het bijbehorende, gelijknamige boek, met een omslag dat sterke gelijkenis vertoond met het filmaffiche van Stanley Kubricks Full Metal Jacket, zal de associatie van McCullin met oorlog alleen maar versterken.
Met Shaped by War levert McCullin zijn zoveelste monografie af, waarvan weinigen direct opgewonden zullen raken. Eerder verschenen namelijk, naast verschillende thematische fotoboeken, de overzichtwerken The Destruction Business (1971), Is Anyone Taking Any Notice? (1973), Hearts of Darkness (1980), The Great Photographers (1983), Sleeping With Ghosts (1994), Photo Poche Don McCullin (1997), Don McCullin (2003), Don McCullin – Reporters Without Borders (2009).
De voornaamste vraag rond Shaped by War betreft daarom de urgentie. Ten opzichte van de vorige monografiexc3xabn heeft Shaped by War twee grote voordelen. Ten eerste bevat het boek veel autobiografische tekst en is daardoor een aantrekkelijke luxeversie van de autobiografie Unreasonable Behaviour (2002). Daardoor krijgt de lezer inzicht in zijn werk, zijn beweegredenen en de totstandkoming van de fotoxe2x80x99s. Anders dan bij bijvoorbeeld het filmische Black Passport van collega Stanley Greene, worden de feiten hier gortdroog weergegeven. McCullin ontdoet oorlogsfotografie van iedere glans. Weliswaar besteedt hij tekst aan zijn privxc3xa9-leven en het roerige bestaan van een oorlogsfotograaf, maar de nadruk ligt nog steeds op zijn fotografie en de onderwerpen die hij vastlegde. Een tweede voordeel van het boek is dat er, in tegenstelling tot eerdere boeken, xe2x80x98vintagexe2x80x99 prints zijn gebruikt, waarmee de hand van de fotograaf wordt geaccentueerd en de fotoxe2x80x99s in enkele gevallen nog grauwer overkomen dan voorheen. Daarnaast hebben de samenstellers de juiste keuze gemaakt om verschillende fotoreportages, waaronder ook in kleur, in de oorspronkelijke context te tonen.
Shaped by War is verdeeld in vijf hoofdstukken. Niet geheel ontoevallig begint het eerste hoofdstuk, xe2x80x98The Early Yearsxe2x80x99 met de Tweede Wereldoorlog en de invloed daarvan had op het leven van McCullin. De eerste twee fotoxe2x80x99s zijn niet van zijn hand, maar van Cecil Beaton en Bill Brandt. Deze geven een indruk van Londen dat gebukt gaat onder de Duitse bombardementen. xe2x80x98Ik ben gevormd door die oorlogxe2x80x99, wil McCullin maar zeggen met het tonen van die fotoxe2x80x99s. Vervolgens legt hij in een relaas uit hoe hij aanvankelijk luchtfotoxe2x80x99s maakte voor de RAF en later landelijke bekendheid verwierf door het fotograferen van een jeugdbende. Zijn eerst gepubliceerde fotoreportage in The Observer is integraal opgenomen. Deze publicatie opende de ogen van McCullin. Hij besloot van zijn laatste geld een camera te kopen en trok naar Berlijn en Cyprus om hier het respectievelijk de bouw van de muur en het Grieks-Turks conflict vast te leggen. Die series vormen de basis voor het tweede hoofdstuk xe2x80x98Discovering Photojournalism 1958-1966xe2x80x99. Op Cyprus maakte McCullin de winnende World Press Photo van 1964. Toch wist hij ook in deze periode al andere iconische beelden te maken in Belgisch Kongo en Cyprus. Naast zeer bekende fotoxe2x80x99s zijn voor Shaped by War tevens nooit eerder gepubliceerde variaties op deze afbeeldingen gebruikt.
Het derde hoofdstuk xe2x80x98The Sunday Times 1967-1978xe2x80x99 bevat het bekendste werk van McCullin en vormt het hart van het boek. Onder de bezielende leiding van beeldredacteur Harold Evans plaatste The Sunday Times de inmiddels klassieke reportages van McCullin. Het bekendst werden de reportages uit Vietnam, Biafra, Bangladesh en Cambodja. Helaas hebben de samenstellers van Shaped by War het nagelaten deze reportages integraal af te drukken. Het werk dat McCullin voor The Sunday Times maakte is immers niet alleen van hoge kwaliteit, maar ook de vormgeving van The Sunday Times is zelfs nu nog een voorbeeld voor menig fotojournalist en beeldredacteur. De getoonde reportages bevatten vele sterke fotoxe2x80x99s waarmee McCullin zich definitief vestigde in de top van de fotografische wereld. De risicoxe2x80x99s die hij voor fotoxe2x80x99s nam zijn ongekend en kostten hem meerdere malen bijna het leven. Interessant is zijn veranderde houding ten opzichte van zijn onderwerpen die hij destijds fotografeerde. Toen hij met het Amerikaanse leger meetrok en verzeild raakte in hevige gevechten was McCullin xe2x80x98one of the boysxe2x80x99. In Shaped by War betuigt McCullin met terugwerkende kracht een enorm respect voor het Vietnamese volk, het Noord-Vietnamese leger en de Vietcong (Clive Scott schreef al in The Spoken Image (1999), een wetenschappelijk betoog over de wijze waarop deze verandering in visie van McCullin zich eerder openbaarde in de door de jaren heen steeds veranderende bijschriften).
Een ander saillant detail dat McCullin beschrijft, betreft het verhaal dat hij zijn fotoxe2x80x99s destijds zelf selecteerde, met als gevolg dat zijn inmiddels bekendste, xe2x80x98the shellshocked soldierxe2x80x99, niet gebruikte. Zelfs in The Destruction Business (1971) werd de foto nog niet opgenomen. De foto dook pas voor het eerst op in het in de Verenigde Staten uitgebrachte Is Anyone Taking Any Notice? (1973).
The Sunday Times stond aan de basis van een succesperiode. McCullin bereikte een sterrenstatus en figureerde zelfs in reclames voor merken als Rolex. Desondanks volgden ook voor McCullin de schrale jaren, die het vierde hoofdstuk, xe2x80x98Changing Times 1976-1983), beslaan. Door beleidveranderingen bij The Sunday Times kreeg McCullin ander soort opdrachten die hij vooral in Groot-Brittannixc3xab moest uitvoeren. In een interview beklaagde McCullin zich erover dat hij nauwelijks meer naar conflictgebieden werd uitgezonden. Zijn klaagzang resulteerde in een ontslag. Het merendeel van de reportages uit deze periode zijn niet opgenomen in Shaped by War. Toch zou het zeker interessant zijn om al het werk dat McCullin voor The Sunday Times maakte integraal te bundelen om een volledig beeld te krijgen.
Ondanks de mindere jaren maakte McCullin ook in deze periode nog sterk werk over het conflict in het Midden-Oosten. Het zijn vooral de fotoxe2x80x99s over de etnische zuiveringen door de christelijke Falangisten in Sabra en Shatila bij Beirut, die een onuitwisbare indruk achterlaten. De fotoxe2x80x99s vormden de basis voor enkele sublieme reportages en het boek Beirut, a City in Crisis (1983), misschien wel zijn beste boek na The Destruction Business.
Toen in 1982 de Falklandoorlog uitbrak zag McCullin voor de kans schoon weer een oorlog, gevoerd door zijn landgenoten, vast te kunnen leggen. Tot zijn ontsteltenis kreeg McCullin echter geen toestemming oorlog te fotograferen. De Britse regering verweet de journalistiek deel te hebben gehad aan de Amerikaanse nederlaag in Vietnam en wilde met de Falklandoorlog niet dezelfde fout maken. Een aan banden gelegde pers en de afwezigheid van McCullin was het gevolg. Voor McCullin leidde deze weigering tot een persoonlijk trauma, zeker nadat ook de publicatie van een reportage over El Salvador werd uitgesteld, doordat de Falklandoorlog een hogere prioriteit kreeg in de pers. Shaped by War bevat zowel de correspondentie over de Falklandoorlog, maar ook de persoonlijke open brief die McCullin publiceerde waarin hij protest aantekende tegen het regeringsbeleid ten aanzien van de pers. Het geeft een goed beeld van de instelling van de fotograaf en de wijze waarop opdrachtgevers en de autoriteiten met (oorlogs)fotografen omgingen.
Het vierde hoofdstuk eindigt met deze ingezonden brief en de directe weergave van de uitgestelde, en tevens een van de laatste voor The Sunday Times gemaakte, kleurenreportage over El Salvador. Deze markeren het definitieve keerpunt in zijn carrixc3xa8re. In het laatste en korte hoofdstuk xe2x80x98A new Direction 1983-2009xe2x80x99 blikt McCullin terug op zijn fotografische carrixc3xa8re. Hij beschrijft de periode waarin hij nauwelijks werk had en zich zelfs bezondigde aan reclamefotografie. Door het fotograferen van landschappen trachtte McCullin de demonen uit zijn verleden te verdrijven. De vele conflicten die hij had verslagen, hadden hun sporen nagelaten en het privxc3xa9-leven van McCullin ingrijpend bexc3xafnvloed. De landschapsfotoxe2x80x99s zijn later opgenomen in het introspectieve Open Skies (1989). In Shaped by War is nauwelijks ruimte voor de boeken die McCullin de laatste, inmiddels alweer, twintig jaar publiceerde of de fotoxe2x80x99s die hij in opdracht van verschillende welzijnsorganisaties maakte. Dat is niet vreemd. Zijn meest recente fotoxe2x80x99s kunnen eenvoudigweg niet wedijveren met zijn vroege werk. Het geeft dit laatste hoofdstuk daarom ook een beetje treurig karakter, vooral omdat McCullin nog lang, zelfs tot op heden, is blijven fotograferen zonder zijn oude niveau te halen.
Shaped by War is een mooi boek vol feiten en interessante nieuwe details. Daarmee is het geschikt voor gexc3xafnteresseerden in oorlogsfotografie maar vooral liefhebbers van McCullins werk. Diegenen echter die op zoek zijn naar een klassiek en goed fotoboek kunnen beter uitkijken naar The Destruction Business of de goedkoop verkrijgbare, maar goede monografie Don McCullin met daarin opgenomen teksten van Harold Evans en Susan Sontag. Shaped by War bevat nog steeds prachtig materiaal, maar lijkt wat haastig te zijn gemaakt en oogt erg conservatief. Daarnaast draagt de doorlopende tekst niet bij aan een spannende vormgeving. Shaped by War is zeker geen definitieve monografie van McCullin, maar eerder een visuele en tekstuele autobiografie. Helaas is die informatie onvolledig. Zo is aan het eind is een uitgebreide tijdslijn opgenomen, waarin de geschiedenis van oorlogsfotografie gekoppeld wordt aan de levenslijn van McCullin waarin echter enkele enkele publicaties ontbreken. Dat is jammer want de makers van het boek hadden eenvoudig de zeer uitgebreide bibliografie met daarin alle reportages die McCullin voor tijdschriften maakte over kunnen nemen uit Hearts of Darkness (1980). Daarmee hinkt het boek op twee benen. Aan de ene kant is het een mooie aanvulling op het bestaande werk van McCullin, terwijl aan de andere kant door onvolledigheid de kans onbenut is gelaten een gedegen overzicht te maken van zijn werk als oorlogsfotograaf. Daar kunnen fotoxe2x80x99s van een door McCullin gebruikte helm, een aan gort geschoten camera die het leven van de fotograaf redde door een kogel op te vangen, en fotoxe2x80x99s van talloze perskaarten weinig aan veranderen. Die zorgen er hooguit voor dat Shaped by War lijkt op een fanboek voor zeloten, terwijl het zijn oeuvre meer verdient.
Link voor interview met McCullin naar aanleiding van Shaped by War.
Complete bibliografie:
The Destruction Business (1971)
Is Anyone Taking Any Notice? (1973)
Homecoming (1979)
The Palestinians (1980)
Hearts of Darkness (1980)
Beirut: A City in Crisis (1983)
Perspectives (1987)
Open Skies (1989)
Sleeping with Ghosts: A Life's Work in Photography (2004)
India (1999)
Cold Heaven. Christian Aid (2001)
Unreasonable Behaviour: An Autobiography (2002)
Don McCullin (2003)
Life Interrupted (2004)
In Africa (2005)
In England (2007)
Shaped by War (2010)
Southern Frontiers: A Journey Across the Roman Empire (2010)

 
RED JOURNEY (2009)

Nick Hannes
Lannoo
Tekst: Jelle Brandt Corstius, Salvatore di Rosa en Nick Hannes

144 paginaxe2x80x99s

ISBN: 9789020984026
Formaat 23×29
cm
De voormalige Sovjetunie spreekt tot de verbeelding. Na de instorting van het Sovjet imperium trok menig fotograaf in oostelijke richting om dit gebied vast te leggen. Dat resulteerde in andere fotoxe2x80x99s dan de legendarische beelden die Henri-Cartier Bresson of William Klein vastlegden in de tijd dat de Sovjet-Unie nog leek te wedijveren met het Westen. Na 1991 lag de focus echter op de ineenstorting van de socialistische heilstaten waarover de Poolse journalist Ryszard Kapuxc5x9bcixc5x84ski zo treffend berichtte in Imperium (1993). Niet voor niets verzorgde hij het voorwoord bij het geslaagde A hundred Summers, A hundred Winters (1994) van Bertien van Manen waarin, net als in Winterreise (2000) van Luc Delahaye, de nadruk ligt op zelfkant van een samenleving waaronder de fundamenten leken te zijn weggeslagen.
De val van het communisme in de Sovjet-Unie ligt inmiddels een kwart eeuw achter ons. Desondanks vormt dit gegeven nog steeds een belangrijke inspiratiebron voor een nieuwe generatie fotografen.
 De paradoxale samenleving die de voormalige Sovjetstaten kenmerkt, vormt daarin vaak het hoofdthema. Zo publiceerde Rob Hornstra 101 Billionaires (2008) dat een jaar later werd gevolgd door Red Journey (2009) van zijn Belgische generatiegenoot Nick Hannes (1974). Waar van Manen en Delahaye zich nog hoofdzakelijk bedienen van bestaand licht, daar gebruiken Hornstra en Hannes hun flitsers intensief, waardoor letterlijk een ander beeld wordt gecrexc3xaberd. Toch zijn er grote verschillen aan te merken tussen het werk van Hornstra en Hannes. Het belangrijkste verschil is dat, ondanks dat Hornstra zich zeker niet, zoals Delahaye, beperkt tot zwaarmoedige beelden, de fotoxe2x80x99s van Hannes wel degelijk optimistischer van aard zijn.
Hannes reisde in 2007 en 2008 door de vijftien deelrepublieken die voorheen de USSR vormden. In de fotoxe2x80x99s die hij hier maakte is de verhouding tussen het komische en treurige in balans. De tragikomische blik van Hannes werkt verhelderend waardoor de voormalige Sovjetstaten niet meer slechts ellende lijken te vertegenwoordigen. Of zoals Hannes het zelf beschrijft: xe2x80x98Want dat de Sovjetlanden grijs en grauw en kil zijn, is slechts een halve waarheid. De realiteit is kleurrijker, diverser, verrassender. Ook in Siberixc3xab schijnt de zonxe2x80x99. Die insteek is interessant, aangezien we ons moeten afvragen hoe lang het zal duren voordat xe2x80x98documentairexe2x80x99 fotografen die in de voormalige Sovjet-Unie fotograferen op dezelfde wijze zullen worden bekritiseerd als hun collegaxe2x80x99s die zowel nu als in het verleden werkten in ontwikkelingslanden, met name Afrika. Volgens Jelle Brandt Corstius, verantwoordelijk voor het voorwoord, vermijdt Hannes clichxc3xa9s tenzij deze kloppen.

De meest aangrijpende fotoxe2x80x99s betreffen dan ook de gevolgen van de ramp in Tsjernobyl en vooral de schade die alcoholmisbruik met zich meebrengt. Aan deze clichxc3xa9s lijkt zelfs Hannes niet te ontkomen.

Red Journey
biedt een blik op een turbulente samenleving, waarin de overgang van dictatuur naar democratie niet altijd even soepel verloopt.
Overduidelijk heeft de democratie haar vorm nog niet gevonden in nieuwe staten zoals het Rusland van Poetin of Turkmenistan van Turkmenbashi. Corruptie lijkt ertoe te leiden dat de verschillen tussen arm en rijk extreme vormen aannemen. Dat gegeven levert zowel opnames waarin het verval de boventoon voert, als minder ernstige portretten waar de kitsch vanaf druipt. Toch schuilt ook achter de soms komisch ogende fotoxe2x80x99s vaak een mistroostige realiteit. Hannes toont de lezer een mix van megalomane standbeelden, verwaarloosde infrastructuur, de aantrekkingskracht van de Westerse cultuur en vergane glorie. Soms grillig, dan weer humoristisch verbeeld.

De hoop op betere tijden na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 lijkt door het merendeel van de bevolking te zijn verloren. Nick Hannes biedt een blik op het onzekere heden van de voormalige Sovjet-Unie dat wordt bepaald door nostalgie naar het verleden en hoop op een betere toekomst, een situatie die, als we Red Journey
lezen, nog lang onveranderd zal blijven.

 
BLACK PASSPORT (2009)

Stanley Greene
Schilt Publishers
paperback

17×22, cm

288 paginaxe2x80x99s met ongeveer 200 fotoxe2x80x99s
ISBN
: 9789053306703


Blackpassport Robert Frank maakte in 1972 het sterk autobiografische The Lines of My Hands. Een overzichtswerk dat als fotoboek een zekere kwaliteit met zich meedroeg. Doorgaans beperkt de invalshoek van samenstellers zich echter tot een chronologisch overzicht van fotoxe2x80x99s voorzien van een onderschrift met als gevolg dat de status van een veredeld portfolio nauwelijks wordt ontstegen. Het met talloze teksten doorspekte retrospectief In History (2008) waarin fotografe Susan Meiselas haar imposante oeuvre vanuit theoretische over documentaire fotografie beschouwt, is een voorbeeld van een andere geslaagde uitzondering. Hoewel minder theoretisch hoort Black Passport van de Amerikaanse fotograaf Stanley Greene (1949) enigszins thuis bij dit soort introspectieve fotoboeken waarin een omvangrijk oeuvre is opgenomen, maar dat de eenvoud van de gemiddelde monografie overstijgt. In het geval van Greene wordt dat oeuvre niet zozeer geplaatst in het discours van de documentaire fotografie, maar vormt zijn eigen leven de basis, wat een opvallend introspectief boek oplevert.
In de jaren zeventig van de vorige eeuw werd Greene xe2x80x98ontdektxe2x80x99 door de legendarische W. Eugene Smith die hem onder zijn hoede nam. Vervolgens werkte hij een tijd als nieuwsfotograaf om daarna een overstap te maken op de modefotografie. Zijn eerste boek, Somnambule (1990), waarin het Parijse nachtleven centraal staat, ademt de sfeer van Ed van der Elskens Love on the left bank (dat op het einde van Black Passport nog eens subtiel in beeld is gebracht). Aan de prille carrixc3xa8re wordt in Black Passport aandacht geschonken, maar de cruciale gedaantewisseling van Greene als fotograaf valt samen met de val van de Berlijnse muur. xe2x80x98All of a sudden therexe2x80x99s this, wow, new worldxe2x80x99, aldus Greene. Vanaf dat moment richt hij zich grotendeels op het voormalige Oostblok en andere conflictsituaties in de wereld en resulteert in zeer sterke fotoxe2x80x99s, die het grootste deel van Black Passport beslaan.
Uiteindelijk heeft Greene de meeste bekendheid verworven met fotoreportages uit Tsjetsjenixc3xab en Rusland. Die fotoxe2x80x99s vormen al de basis voor Open Wound (2003) en het nog te verschijnen Chalk Lines (2010). Toch bevat Black Passport sterke series uit andere regioxe2x80x99s zoals Rwanda, de Verenigde Staten (Katrina), Rusland, Afghanistan, Irak en Darfur. De verschillende series krijgen extra lading door de herinneringen die Greene bij de fotoxe2x80x99s ophaalt. De menselijke gevoelens die hij voor zijn onderwerp koestert en in het boek blootgeeft zorgen voor een nieuwe dimensie. De beschrijving bijvoorbeeld van de onmogelijke te beantwoorden gevoelens die hij koestert voor een mooie Tsjetsjeense guerrillastrijdster geeft de portretten van deze vrouw en haar kompanen extra lading. Zeker wanneer de voorafgaande scxc3xa8nes waarin talloze vrouwen opgevoerd werden in ogenschouw worden genomen.
Black Passport is opgebouwd uit chronologisch geordende 26 scxc3xa8nes. De talloze, in opdracht gemaakte series, worden onderbroken door zeer persoonlijke series, bestaand uit privxc3xa9-fotoxe2x80x99s waarin vrouwen en vriendinnen een prominente rol spelen. Het is de paradox tussen die twee werelden waaraan het boek zowel spanning als vaart ontleent. De scxc3xa8nes worden voorafgegaan door korte transcripties die samensteller Teun van der Heijden selecteerde uit de urenlange gesprekken met de fotograaf. Zodoende verwordt het boek tot een monoloog waarin tekst en beeld elkaar naadloos aanvullen. De vaart die in het boek zit wordt naast de zorgvuldige samenstelling veroorzaakt doordat Greene zich bedient van verschillende fotografische stijlmiddelen. Daardoor onderscheiden de verschillende scxc3xa8nes zich en volgen elkaar op frisse wijze op, hoe onfris de inhoud ervan ook moge zijn.
Van der Heijden beschrijft in het nawoord dat hij oorspronkelijk speelde met het idee de schoonheid van de modefotografie te laten contrasteren met oorlogsellende. De uiteindelijke keuze voor een biografisch beeldverhaal, waarin Greene de hoofdrol speelt is gelukkig een juiste, maar zal niet door iedereen worden gewaardeerd. Van der Heijden vermoedt dat wellicht enige fantasie in de verhalen zal zijn gekropen. Toch blijft hij van mening door de lange gesprekken tot een kern van waarheid te zijn gekomen, de xe2x80x98waarheidxe2x80x99 die overigens besloten ligt in de fotoxe2x80x99s. Ondanks het gegeven dat gepoogd is zowel glorificatie van Greene als de clichxc3xa9s rondom oorlogsfotografie te vermijden, hangt over het boek nog steeds een onuitroeibare zweem van avontuur. Hoewel Greene onmenselijke taferelen vastlegde en expliciet waarschuwt dat oorlogsfotografie littekens achterlaat, blijft er toch nog altijd een onontkoombare aantrekkingskracht vanuit gaan. Hoe ellendig de onderwerpen zijn die Greene fotografeerde, zijn leven leest als een spannend verhaal. Daarmee sluit Black Passport wat inhoud betreft aan op autobiografiexc3xabn zoals die van Robert Capa (Slightly out of focus) en Don McCullin (Unreasonable Behaviour) waarin de paradoxale levenswijze van de oorlogsfotograaf centraal staat. Tot nu toe is Black Passport, mede door de vorm en het ontwerp, visueel het meest indrukwekkend en als fotoboek bevat het de juiste variatie wat geleid heeft tot zeer geslaagde autobiografische monografie.
Website Stanley Greene
Website Stanley Greene bij Noor
Promotiefilm boek
Blackpassportbook

 
ART FAIRS (2009)

Dolph Kessler

Hardcover zonder stofomslag
teksten: Hans Hertog de Jager, Olav Velthuis, Huub Mous en Kees Keijer
gebonden, 23 x 28 cm, 160 paginaxe2x80x99s
uitgever: Dxe2x80x99 jonge Hond
ISBN: 978-90-89101-48-8
Artfairscover Drie jaar (2006-2009) werkte Dolph Kessler aan Art Fairs, een fraai fotoboek waarin op subtiele wijze de wereld van de kunstbeurs wordt geschetst. Kessler bezocht hoofdzakelijk (internationale) beurzen waaronder Frieze Art London, Art Cologne en Art Amsterdam.
De fotoxe2x80x99s handelen niet zozeer over de kunstwerken zelf maar eerder de wijze waarop deze zijn geplaatst en hoe deze interacteren met de bezoekers en de galeriehouders. De dialoog of de afwezigheid ervan tussen het kunstwerk en de mens levert vaak vervreemdende beelden op die op vele wijzen te interpreteren vallen.
Opvallend is dat in de fotoxe2x80x99s een vast patroon lijkt te worden gevolgd. Kessler beschrijft zijn werkwijze als niet zuiver documentair, maar zegt voor een meer theatrale invalshoek te kiezen. Daardoor lijken zijn fotoxe2x80x99s wat afstandelijk, maar wordt er wel een prettige eenheid gecrexc3xaberd.

De fotoxe2x80x99s ogen gexc3xabnsceneerd en de figuren die Kessler vastlegt vormen welhaast een tableaux vivant. Niettemin fotografeerde Kessler de werkelijkheid zoals die was.
Vaak lijkt er sprake van een dialoog tussen de kunstwerken en de bezoekers.
Kessler kijkt goed tijdens het fotograferen en weet vaak het juiste moment te vangen waarin deze dialoog tot een sterk beeld leidt. Een enkele keer vraagt een kunstwerk op de achtergrond meer aandacht op dan de personen op de voorgrond. Nog steeds zijn dat mooie fotoxe2x80x99s, maar dat komt vooral door de individuele kracht van het kunstwerk. Toch weet Kessler de juiste balans te vinden.
Art Fairs is onderverdeeld in vier katernen, die steeds worden gevolgd door losse essays waarin de betekenis van kunstbeurzen op uiteenlopende wijze word beschreven. Voor de beeldselectie is een chronologische lijn gekozen. Daarom is de keuze voor de twee laatste foto's onduidelijk. Deze zijn nu na een sterk afsluitend beeld en na een foto-index geplaatst, maar hadden beter eerder in het boek kunnen worden opgenomen.
Desalniettemin toont Kessler trefzeker een wereld die oorspronkelijk door de rijken werd gedomineerd, maar waaraan een steeds grotere deel van de bevolking deelneemt. Dat levert veelal grappige beelden op waarin bezoekers en galeriehouders zich regelmatig ongexc3xafnteresseerd of wat ongemakkelijk door de wereld van de hoge kunsten lijken te begeven.
Artfaitbook_2
www.dolphkessler.nl